NJB 2017/376:Huwelijksvermogen. Niet uitgevoerd periodiek verrekenbeding. Bewijsvermoeden. HR: Art. 1:141 lid 3 BW bepaalt dat indien bij het einde van het huwelijk niet is voldaan aan een periodieke verrekenplicht, het vermogen wordt vermoed te zijn gevormd uit hetgeen verrekend had moeten worden, tenzij uit de eisen van redelijkheid en billijkheid in het licht van de aard en omvang van de verrekenplicht anders voortvloeit. Het hof heeft dit bewijsvermoeden miskend