De Collateral Richtlijn
Einde inhoudsopgave
De collateral richtlijn (R&P nr. FR12) 2015/5.1:5.1 Inleiding
De collateral richtlijn (R&P nr. FR12) 2015/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
Dr. J. Diamant, datum 27-10-2014
- Datum
27-10-2014
- Auteur
Dr. J. Diamant
- JCDI
JCDI:ADS372730:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Europees financieel recht
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoofdstuk 3 kwam aan de orde dat het uitbannen van omslachtige formaliteiten die sommige jurisdicties stellen aan de totstandkoming van zekerheid op girale activa, één van de doelen van de Collateral Richtlijn is. Art. 3 lid 1 Collateral Richtlijn bepaalt dat ‘de lidstaten niet vereisen dat het bestaan, de geldigheid, derdenwerking, afdwingbaarheid of toelaatbaarheid als bewijs van een financiëlezekerheidsovereenkomst of de verschaffing van als zekerheid verschafte financiële activa uit hoofde van een financiëlezekerheidsovereenkomst afhangt van het vervullen van enige formaliteit’. Bij formaliteiten kan gedacht worden aan registratie van een beperkt zekerheidsrecht in een openbaar register, het vereiste van een notariële akte voor de vestiging van een beperkt zekerheidsrecht en het verkrijgen van een vaste dagtekening (data certa).
In dit hoofdstuk komt ten eerste aan de orde welke formaliteiten er golden vóór implementatie van de Collateral Richtlijn (§ 5.2). Daartoe worden de wijzen waarop giraal geld en girale effecten in zekerheid worden gegeven naar Belgisch, Duits, Nederlands en Engels recht in kaart gebracht. Daarna komt aan de orde wat het formaliteitenverbod exact inhoudt (§ 5.3) en vervolgens wordt de implementatie in het nationale recht besproken (§ 5.4). Het hoofdstuk wordt afgesloten met een korte conclusie (§ 5.5).