Op 27 november 2024 heeft de strafgriffie van de Hoge Raad bovendien een historisch detentieoverzicht opgevraagd. Uit het zodoende verkregen detentieoverzicht blijkt dat de verdachte op 10 oktober 2023 u.a.h. gedetineerd was.
HR, 11-03-2025, nr. 23/04519
ECLI:NL:HR:2025:373
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11-03-2025
- Zaaknummer
23/04519
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2025:373, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑03‑2025; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2024:1430
ECLI:NL:PHR:2024:1430, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑12‑2024
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2025:373
- Vindplaatsen
SR-Updates.nl 2025-0079
Uitspraak 11‑03‑2025
Inhoudsindicatie
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. verkeersovertreding. Aanwezigheidsrecht, detentie uit anderen hoofde in Nederland gebleken uit een aan schriftuur gehecht bevel gevangenhouding van Rb (van 5-10-2023). Dagvaarding in hoger beroep (voor tz. van 10-10-2023) is uitgereikt aan autoriteit van welke zij is uitgegaan na vergeefse aanbieding van dagvaarding op BRP-adres van verdachte. Als dagvaarding van verdachte die is ingeschreven in BRP, geldig is betekend en verdachte niet op tz. is verschenen en zijn raadsman ook niet, kan rechter (behalve bij duidelijke aanwijzingen van tegendeel) uitgaan van vermoeden dat verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om in zijn aanwezigheid te worden berecht. Mogelijkheid bestaat echter dat achteraf moet worden vastgesteld dat aan recht van verdachte om in zijn aanwezigheid te worden berecht, is tekortgedaan. Dit kan zich voordoen als verdachte tijdens behandeling van zijn zaak i.v.m. andere strafzaak was gedetineerd zonder dat dit rechter bekend was. Aan herkomst en betrouwbaarheid van stuk dat in cassatie is overgelegd, behoeft in redelijkheid niet te worden getwijfeld. Uit dat stuk moet worden afgeleid dat verdachte tijdens behandeling van zijn strafzaak in hoger beroep i.v.m. andere zaak was gedetineerd. Gelet daarop en in aanmerking genomen dat dagvaarding om op tz. in h.b. te verschijnen rechtsgeldig maar niet in persoon is uitgereikt en op die tz. geen raadsman aanwezig was, is ’s hofs beslissing om tegen verdachte verstek te verlenen en onderzoek op tz. voort te zetten, achteraf bezien onjuist. Wegens groot belang van verdachte om bij behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn, moet verdachte de mogelijkheid worden geboden om zijn zaak alsnog in h.b. in zijn aanwezigheid te doen behandelen. Dit leidt ertoe dat ‘s hofs uitspraak moet worden vernietigd en dat zaak moet worden teruggewezen opdat deze opnieuw wordt berecht en afgedaan. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04519
Datum 11 maart 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 10 oktober 2023, nummer 23-003347-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.J. van der Woude, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof ten onrechte verstek heeft verleend tegen de niet-verschenen verdachte. Het voert daartoe aan dat de verdachte tijdens de behandeling van zijn zaak op de terechtzitting in hoger beroep in verband met een andere strafzaak was gedetineerd en dat hij niet vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn.
2.2.1
Bij de stukken bevinden zich:a. een akte van uitreiking die inhoudt dat de dagvaarding om te verschijnen op de terechtzitting in hoger beroep van 10 oktober 2023 op 25 september 2023 is uitgereikt aan de autoriteit van welke zij is uitgegaan, omdat er op het in de basisregistratie personen (BRP) opgenomen adres van de verdachte niemand aanwezig of bereid was de dagvaarding aan te nemen. Op diezelfde datum is een afschrift verzonden naar het BRP-adres van de verdachte;b. het proces-verbaal van die terechtzitting dat inhoudt dat daar de verdachte niet is verschenen en ook niet een raadsman, dat tegen de verdachte verstek is verleend en dat het onderzoek is gesloten.
2.2.2
In cassatie is – door aanhechting aan de schriftuur – overgelegd: een bevel gevangenhouding van de rechtbank Midden-Nederland van 5 oktober 2023 waarbij de gevangenhouding van de verdachte voor een termijn van negentig dagen is bevolen.
2.3
Als de dagvaarding van een verdachte die is ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP), geldig is betekend (uitgereikt) en de verdachte niet op de terechtzitting is verschenen en zijn raadsman ook niet, kan de rechter – behalve bij duidelijke aanwijzingen van het tegendeel – uitgaan van het vermoeden dat de verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om in zijn aanwezigheid te worden berecht. De mogelijkheid bestaat echter dat achteraf moet worden vastgesteld dat aan het recht van de verdachte om in zijn aanwezigheid te worden berecht, is tekortgedaan. Dit kan zich voordoen als de verdachte tijdens de behandeling van zijn zaak in verband met een andere strafzaak was gedetineerd zonder dat dit de rechter bekend was.
2.4
Aan de herkomst en betrouwbaarheid van het stuk dat in cassatie is overgelegd, behoeft in redelijkheid niet te worden getwijfeld. Uit dat stuk moet worden afgeleid dat de verdachte tijdens de behandeling van zijn strafzaak in hoger beroep in verband met een andere zaak was gedetineerd. Gelet daarop en in aanmerking genomen dat de dagvaarding om op de terechtzitting in hoger beroep te verschijnen rechtsgeldig maar niet in persoon is uitgereikt en op die terechtzitting geen raadsman aanwezig was, is de beslissing van het hof om tegen de verdachte verstek te verlenen en het onderzoek op de terechtzitting voort te zetten, achteraf bezien onjuist. Wegens het grote belang van de verdachte om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn, moet de verdachte de mogelijkheid worden geboden om zijn zaak alsnog in hoger beroep in zijn aanwezigheid te doen behandelen. Dit leidt ertoe dat de uitspraak van het hof moet worden vernietigd en dat de zaak moet worden teruggewezen opdat deze opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2.5
Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 maart 2025.
Conclusie 17‑12‑2024
Inhoudsindicatie
-
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 23/04519
Zitting 17 december 2024
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
hierna: de verdachte
1. Het gerechtshof Amsterdam heeft de verdachte bij arrest van 10 oktober 2023 (bij verstek) met toepassing van artikel 416 lid 2 Sv niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 16 december 2022.
2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en S.J. van der Woude, advocaat in Amsterdam, heeft een middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt dat het hof ten onrechte verstek heeft verleend tegen de niet-verschenen verdachte aangezien deze ten tijde van de behandeling van zijn zaak ter terechtzitting in hoger beroep uit anderen hoofde was gedetineerd en hij niet vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn.
4. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 10 oktober 2023 houdt het volgende in:
“De advocaat-generaal legt een akte van betekening over en deelt mede dat de verdachte zich niet in detentie bevond op de dagen ten tijde van de dagvaarding en drie dagen voor de zitting. De raadsheer deelt mede dat de dagvaarding op rechtsgeldige wijze is betekend.
Het hof verleent verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan. De raadsheer merkt op dat in deze zaak geen schriftuur houdende grieven is ingediend.
De advocaat-generaal voert het woord en vordert dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het ingestelde hoger beroep. De advocaat-generaal legt zijn vordering aan het gerechtshof over.
De raadsheer verklaart het onderzoek gesloten en spreekt het arrest uit.”
5. In cassatie is – door middel van aanhechting aan de schriftuur – overgelegd een bevel gevangenhouding van de rechtbank Midden-Nederland van 5 oktober 2023 waarbij de gevangenhouding van de verdachte voor een termijn van negentig dagen is bevolen.
6. Uit het hiervoor onder 5 vermelde stuk – aan de herkomst en betrouwbaarheid waarvan in redelijkheid niet behoeft te worden getwijfeld – moet worden afgeleid dat de verdachte1.ten tijde van de behandeling van zijn zaak in hoger beroep in verband met een andere strafzaak was gedetineerd, zodat de beslissing van het hof om tegen de verdachte verstek te verlenen en het onderzoek ter terechtzitting voort te zetten – achteraf bezien – onjuist was. Gelet op het grote belang van de verdachte om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn, brengt het vorenoverwogene mee dat de verdachte de mogelijkheid dient te hebben om zijn zaak alsnog in hoger beroep in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen. Dit leidt ertoe dat het bestreden arrest moet worden vernietigd en dat de zaak moet worden teruggewezen opdat deze opnieuw wordt berecht en afgedaan.
7. Het middel is derhalve terecht voorgesteld.
8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 17‑12‑2024