V-N 2015/16.23
Geen douanerechten over materialen die overblijven bij kledingproductie
HR (A-G) 17-02-2015, ECLI:NL:PHR:2015:123, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad (Advocaat-Generaal)
- Datum
17 februari 2015
- Zaaknummer
14/02809
- Conclusie
A-G Van Hilten
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- JCDI
JCDI:ADS920474:1
- Vakgebied(en)
Douane (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2016:348, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑03‑2016
ECLI:NL:PHR:2015:123, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 17‑02‑2015
Beroepschrift, Hoge Raad, 14‑07‑2014
- Wetingang
Essentie
Advocaat-generaal Van Hilten is van mening dat de betalingen van kledingimporteur X bv voor de zogeheten leftovers geen deel uitmaken van de douanewaarde van de ingevoerde kleding.
Samenvatting
Belanghebbende is importeur van kleding. Deze kleding wordt buiten de Europese Unie (hierna: EU) geproduceerd door fabrikanten die daartoe rollen stof ter beschikking krijgen. Bij de verkoop van stoffen hanteren stoffenleveranciers een minimum hoeveelheid af te nemen stof, er kan dus meer stof moeten worden ingekocht dan noodzakelijk voor de te produceren kleding. De stof die overblijft (hierna: leftovers) is aan belanghebbende afzonderlijk in rekening gebracht. Bij een controle is ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.