Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/4.3.3
4.3.3 Grondrechtsdragers
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633671:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1975/76, 13872, nr. 3, p. 11, 29.
De inmiddels opgeheven ECRM diende destijds als voorportaal voor het EHRM.
ECRM 14 juli 1980, nr. 8282/78, 80, Church of Scientology and 128 of its members v. Zweden, r.o. 1.
Zie onder meer EHRM 27 juni 2000, nr. 27417/95, Jewish liturgical association Cha’are Shalom Ve Tsedek v. Frankrijk, r.o. 72; EHRM 13 december 2001, nr. 45701/99, Metropolitan Church van Bessarabia e.a v. Moldavië, r.o. 101.
Zie onder meer EHRM 31 juli 2008, nr. 40825/98, Jehovah’s Getuigen e.a. v. Oostenrijk, r.o. 79, 80.
OVSE is de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa. Onder toezicht van de Venice Commission als adviserend orgaan in constitutionele zaken voor de Raad van Europa OVSE-richtlijnen opgesteld voor de lidstaten bij het maken van nieuwe wetgeving inzake religie-staatverhoudingen.
Compilation of the Venice Commission opinions and reports concerning freedom of religion and belief, CDL-PI(2021)001, November 2020, p. 39-41.
Uit de parlementaire geschiedenis van de grondwetsherziening van 1983 blijkt dat grondrechten niet beperkt zijn tot natuurlijke personen (individuele dragerschap). Ook rechtspersonen en groepen en organisaties zonder rechtspersoonlijkheid zijn drager van grondrechten (collectieve dragerschap), voor zover dat naar de aard van het betreffende grondrecht zin kan hebben.1 Dit betekent dat ook kerkgenootschappen en andere genootschappen op geestelijke grondslag bescherming van grondrechten genieten. Dit geldt ook voor de EVRM-grondrechten (art. 34 EVRM). Meer specifiek besliste de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens (ECRM)2 in 1980 dat religieuze of levensbeschouwelijke organisaties zelf drager zijn van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging (art. 9 EVRM) en zowel in eigen naam als namens hun leden kunnen optreden.3 Sindsdien geldt dat rsl-gemeenschappen recht hebben op verwerving van rechtspersoonlijkheid. Dit oordeel heeft het EHRM overgenomen.4 Het EHRM heeft tevens beslist dat rsl-gemeenschappen de daarvoor geschikte rechtsvorm kunnen kiezen.5 Ook de OVSE-richtlijnen van de Venice Commission6 over de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging concluderen onder verwijzing naar de EHRM-rechtspraak dat rsl-gemeenschappen recht hebben op rechtspersoonlijkheid en een rechtsvorm die passend is voor rsl-gemeenschappen.7