V-N 2025/22.11
Fiscale feitenrechter heeft motiveringsplicht inzake ‘Meer en Vaart-verweren’ tegen boete
HR (Parket) 04-04-2025, ECLI:NL:PHR:2025:410, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
4 april 2025
- Zaaknummer
24/02911
- Conclusie
A-G Koopman
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD10552:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Resultaat uit overige werkzaamheden
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Boete
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2025:410, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 04‑04‑2025
- Wetingang
Essentie
Advocaat-generaal Koopman concludeert dat het hof onvoldoende motiveert waarom X de cocaïne heeft ingekocht. Dat de cocaïne bij X is aangetroffen toont niet overtuigend aan dat de cocaïne ook door hem is aangeschaft. Verder toont dit ook niet aan dat X die aanschaf met eigen vermogen heeft gefinancierd.
Samenvatting
Medio 2017 wordt tijdens een witwasonderzoek bij X 36 kilo cocaïne en contant geld in voornamelijk grote coupures aangetroffen. Naar aanleiding van de strafrechtelijke veroordeling van X legt de inspecteur een IB-navorderingsaanslag 2017 met boete op aan X. Hij gaat er daarbij van uit dat X inkomen moet hebben ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.