FED 2025/56
De waarderingsmaatstaf van art. 21 lid 5 en 8 SW 1956 geldt niet voor (certificaten van) aandelen in een besloten vennootschap die woningen bezit.
HR 04-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:507, m.nt. mr. H.F. van der Weerd-van Joolingen
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 april 2025
- Magistraten
Mrs. Van Eijsden, Feteris, Boerlage, Van der Voort Maarschalk, en Van Roij
- Zaaknummer
23/02449
- Noot
mr. H.F. van der Weerd-van Joolingen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD13581:1
- Vakgebied(en)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:507, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑04‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 04‑04‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 04‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:486, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑05‑2024
- Wetingang
Samenvatting
Naar het oordeel van de Hoge Raad wordt de waarde van (certificaten van) aandelen niet naar haar aard rechtstreeks bepaald door de waarde van vermogensbestanddelen waarvoor de SW 1956 een bijzonder waarderingsvoorschrift kent. Voor zover de waarde van woningen in aanmerking wordt genomen bij het bepalen van de waarde van (certificaten van) aandelen, bestaat dan ook geen verplichting om de woningen te waarderen op grond van art. 21 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.