V-N 2025/20.14
Hoge Raad geeft uitleg over criteria ‘bijzonder geval’ inzake Wet herwaardering PKV WOZ en BPM
HR 25-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:670, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 april 2025
- Magistraten
Van Hilten, Van Eijsden, Punt, Feteris, Fierstra
- Zaaknummer
24/00575 bis
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD9564:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht (V)
Europees belastingrecht / Discriminatie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:670, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑04‑2025
- Wetingang
art. 8:108 en 8:75 Awb; art. 19a Wet BPM 1992
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat X niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij als ‘bijzonder geval’ buiten de werkingssfeer van de beperkingen uit de Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en BPM valt.
Samenvatting
Belanghebbende, X BV, stelt cassatieberoep in tegen het niet toekennen van een proceskostenvergoeding door Hof Den Haag in een BPM-zaak. De Hoge Raad oordeelt dat X BV recht heeft op een proceskostenvergoeding, waarbij de vergoeding moet worden vastgesteld met inachtneming van de Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en BPM (WHpkv). De beperkingen uit deze wet zijn volgens de Hoge Raad echter niet van toepassing indien de rechtsbijstandverlening kennelijk niet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.