AB 2016/255
Prejudiciële vragen over ongeldigheid van besluit Europese Commissie tot aanpassing van de lijst met aan te wijzen beschermde zones waarbij is bepaald dat de Leenheerenpolder niet meer hoeft te worden aangewezen.
RvS 18-05-2016, ECLI:NL:RVS:2016:1351, m.nt. Ch.W. Backes
- Instantie
Raad van State
- Datum
18 mei 2016
- Magistraten
Mrs. P.J.J. van Buuren, F.D. van Heijningen, B.J. Schueler
- Zaaknummer
201504578/1/R2
- Noot
Ch.W. Backes
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS924084:1
- Vakgebied(en)
Natuurbeschermingsrecht / Gebiedsbescherming
EU-recht / Besluitvorming
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2016:1351, Uitspraak, Raad van State, 18‑05‑2016
- Wetingang
Art. 4 lid 1 en 2 Richtlijn 2009/147/EG (Vogelrichtlijn); art. 10a Natuurbeschermingswet 1998
Essentie
De Afdeling heeft twijfel aan de geldigheid van het op verzoek van de Nederlandse regering genomen besluit van de Europese Commissie om de Leenheerenpolder te verwijderen van de lijst met aan te wijzen beschermingszones omdat aanwijzing niet meer noodzakelijk zou zijn.
Samenvatting
De Afdeling stelt vast dat het uitvoeringsbesluit van de Commissie van 3 december 2014 niet tot de Vereniging is gericht. Ook raakt het uitvoeringsbesluit de Vereniging niet rechtstreeks, omdat het niet rechtstreeks gevolgen heeft voor haar rechtspositie. Reeds hierom kan zij niet op grond van art. 263 van het Verdrag betreffende de Werking van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.