NJ 1916, p. 916
Beteekenis der woorden „in zijne bediening" in art. 363 Sr.
HR 26-06-1916, ECLI:NL:HR:1916:162
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 juni 1916
- Magistraten
Voorzitter: Mr. A. M. B. Hanlo., Raden: Mrs. H. Hesse, H. M. A. Savelberg, Jhr. Rh. Feith en Dr. L. E. Visser.
- Zaaknummer
[26061916/NJ_1916,_p._916]
- Conclusie
Mr. Besier
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1916:162, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑06‑1916
- Wetingang
(Sr art. 363; Sv (oud) art. 346.)
Essentie
Beteekenis der woorden „in zijne bediening" in art. 363 Sr.
Samenvatting
Het in het middel genoemde K. B. van 30 Maart 1904 en de eveneens daarin genoemde Resolutie van den Minister van Financiën van 21 September 1869 houden slechts regelen in omtrent de inwendige organisatie van de betrokken tak van dienst en zijn niet zoodanige wettelijke voorschriften, waarvan schending of verkeerde toepassing in cassatie kan worden beweerd.
Art. 363 Sr. stelt met de woorden „in zijne bediening" niet den eisch, dat de ambtenaar krachtens de voor zijn ambt geldende wettelijke of administratieve bepalingen tot de van hem verlangde ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.