Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/8.1
8.1 Inleiding
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS434191:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Meer uitgebreid: Bom (1996), p. 289-369; Nuyts (2003); Karayanni (2004); Felder (2005).
Vgl. Restatement (Second) Conflict of Laws (1971), §84: 'A state will not exercise jurisdiction if it is a seriously inconvenient forum for the trial of the action provided that a more appropriate forum is available to the plaintiff.'
Gulf 0i/ v. Gilbert, 67 S.Ct. 839 (1947); Koster v. Lumbermens Mut. Casuality, 67 S.Ct. 828 (1947). De leading case' is Piper Aircrafi v. Reyno, 102 S.Ct. 252, 258 (1981): `However, when an altemative forum has jurisdiction to hear the case, and (...) the chosen forum [is] inappropriate because of considerations affecting the court's own administrative and legal problems, the court may, in the exercise of its sound discretion, dismiss the case.' Zie hierover: J. Knottenbelt, Hoofdstukken productaansprakelijkheid: buitencontractuele aansprakelijkheid van de producent van een gebrekkig produkt voor personenschade, Studiepockets privaatrecht, nr. 46, Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1991, p. 150-154; J.J. de Bokx, 'Forum Non Conveniens in de VS.; effectief wapen tegen Nederlandse slachtoffers?', Advocatenblad 1992, p. 374-378.
Bijv. Californië, Columbia, Louisiana, Massachusetts en Texas alsmede op beperkte schaal in Alabama, Delaware en Kentucky (Karayanni (2004), p. 19-21).
Bijv. Georgia, Mississipi en North Dakota (Bom (1996), p. 298).
Zie nader Felder (2005), p. 134-141.
Hierover: R.G. Spector, 'The New Uniform Law with Regard to Jurisdiction Rules in Child Custody Cases in the United States with Some Comparisons to the 1996 Hague Convention on the Protection of Children', in: T. Einhom & K. Siehr (eds.), Intercontinental cooperation through private international law: essays in Memory of Peter E. Nygh, The Hague: T.M.C. Asser Press 2004, p. 357-384.
Deze 'uniform model laws', te raadplegen via
Zie hoofdstuk 3 (i.h.b. par. 3.6.4 e.v.) resp. hoofdstuk 6.
Zie hoofdstuk 3 (i.h.b. par. 3.5.2 en par. 3.7) resp. hoofdstuk 7.
313 F.Supp.2d 672 (S.D.Tex. 2004).
Zie ook bijv. In re Bridgestone/Firestone, Tires Products Liability Litigation, 190 F.Supp.2d 1125 (S.D.Ind. 2002); Rivas v. Ford Motor, 2004 WL 1247018 (M.D.Fla.); Lizardo v. Ford Motor, 2005 WL 1164200 (S.D.Tex.). Vgl. D.A. Praw, 'Venezuela v. Ford Motor Company: The Trend of Dismissing Mass Tort Cases on Ground of Forum Non Conveniens', Sw. J.L. & Trade Am. 20012002, p. 373-393.
New York Times, 13 oktober 2005, 'Bridgestone and Ford Settle Dispute Over Defective Tires'.
In de hoofdstukken 3 en 6 is uitgebreid aandacht besteed aan de twee forum non conveniens-varianten die het Nederlandse 1PR kent, namelijk de Nederlandse variant uit het commune recht (art. 4 lid 3 sub b Rv) en de Europese variant uit de Verordening Brussel Ilbis (art. 15). In beide varianten verklaart de formeel bevoegde rechter zich ter zake van een maatregel inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid als forum non conveniens onbevoegd, indien het belang van het kind vraagt om behandeling van de zaak door de gerechten in een andere staat. De opstellers van de verordening hebben zich bij art. 15 laten inspireren door de forum non conveniens-regeling in art. 8 en 9 HKbV 1996. De artikelen 8 en 9 HKbV 1996 hebben model gestaan voor de verwijzingsprocedure van art. 15 Verordening Brussel 1Ibis. Op een aantal punten lopen de beide regelingen dan ook parallel (bijvoorbeeld: de verwijzing moet in het belang van het kind zijn, de wijze waarop een verzoek tot verwijzing in het buitenland wordt ingesteld, het voorkomen van een rechtsmachtvacutim, etc.). Tijdens de onderhandelingen over het HKbV 1996 hebben met name Anglo-Amerikaanse landen aangedrongen op het opnemen van een forum non conveniens-mechanisme in de bevoegdheidsregeling van het verdrag. De reden waarom deze landen zich hiervoor zo sterk maakten, ligt in het feit dat zij — de Verenigde Staten van Amerika voorop — in hun interne recht de mogelijkheid van forum non conveniens kennen. Nergens is echter de forum non conveniens-leer zo uitgebreid en gedetailleerd uitgewerkt als in Amerika, en nergens bestaat zoveel rechtspraak over forum non conveniens als in Amerika. Dit rechtvaardigt om in de onderhavige studie enige aandacht te besteden aan het Amerikaanse forum non conveniens-leerstuk.1
De Amerikaanse forum non conveniens-leer heeft als doel om, na een afweging van de belangen van partijen en van de publieke belangen, uit de beschikbare fora het in casu meest geschikte forum voor behandeling van de zaak te achterhalen. De Amerikaanse rechter verklaart zich forum non conveniens als blijkt dat hij 'a seriously inappropriate forum' is, terwijl de eiser zich kan wenden tot een 'more appropriate forum abroad'.2 Dit meer geschikt bevonden forum kan liggen in het buitenland, maar ook in een andere Amerikaanse deelstaat. Het Amerikaanse forum non conveniensleerstuk is te herleiden tot een aantal uitspraken van de Supreme Court.3 Deze rechtspraak heeft in een groot aantal Amerikaanse deelstaten navolging gevonden. In bepaalde Amerikaanse deelstaten is het forum non conveniens-leerstuk zelfs in de wet gecodificeerd.4 Slechts een klein aantal ervan heeft de toepassing van forum non conveniens uitdrukkelijk (voor bepaalde zaken) afgewezen.5 Voor een deel is het forum non conveniens-leerstuk op federaal niveau gecodificeerd in 28 U.S.C. §1404(a): 'For the convenience of parties and witnesses, in the interests of justice, a district court may transfer any civil action to any other district court or division where it might have been brought.' Deze mogelijkheid van 'transfer' tussen Amerikaanse gerechten onderling, blijft hier verder onbesproken.6 Het Amerikaanse forum non conveniensleerstuk vindt vooral toepassing in vermogensrechtelijke geschillen, doch vervult ook een rol in bijvoorbeeld de Uniform Child Custody Jurisdiction and Enforcement Act,7 de Uniform Guardianship and Protective Proceedings Act (1997) en de Model Marriage and Divorce Act.8 Het toepassingsbereik van de Amerikaanse forum non conveniensleer is veel uitgebreider dan dat van de forum non conveniens-varianten uit het Nederlandse commune recht en de Verordening Brussel Ilbis. In het Nederlandse commune recht en de Verordening Brussel Bbis beperkt de toepassing van het forum non conveniens-leerstuk zich tot zaken betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid.9 Anders dan in het Amerikaanse recht vindt het leerstuk geen toepassing in burgerlijke en handelszaken, omdat het op een te gespannen voet staat met het beginsel van rechtszekerheid.10
Het doel van dit laatste hoofdstuk is om enig inzicht te verschaffen in de wijze waarop Amerikaanse gerechten de forum non conveniens-leer toepassen. Ik volsta met enkele rechtsvergelijkende opmerkingen. De volgende vragen komen aan bod.
Welke factoren neemt de Amerikaanse rechter bij de forum non conveniens-toets in aanmerking? Wanneer verklaart de Amerikaanse rechter zich forum non conveniens? Wat zijn de voorwaarden? Wat beoogt de Amerikaanse rechter met een forum non conveniens-beslissing? Wat zijn de gevolgen? Ten slotte, welke gelijkenissen en verschillen zijn er aan te wijzen met de forum non conveniens-leer uit het Nederlandse commune recht en uit de Verordening Brussel 1Ibis? De beantwoording van deze vragen geschiedt mede aan de hand van een beslissing van de United States District Court (S.D.Texas) van 31 maart 2004 in de zaak Morales v. Ford Motor.11 De uitspraak is illustratief voor de wijze waarop de forum non conveniens-vraag door de Amerikaanse rechter aan de orde wordt gesteld. De zaak handelt over een vordering tot schadevergoeding op basis van productaansprakelijkheid, ingesteld door de in Venezuela woonachtige Morales jegens de Amerikaanse autofabrikant Ford Motor Company, in verband met een auto-ongeluk dat op 21 augustus 2001 in Venezuela plaatsvond waarbij de passagier van de verongelukte Ford Explorer Sport Wagon is komen te overlijden. Vast is komen te staan dat het auto-ongeluk (mede) is veroorzaakt door de gebrekkige Firestone-banden die door de autofabrikant onder de Ford Explorer waren gemonteerd. De vordering van Morales is een van de vele honderden die door gelaedeerden uit onder andere Colombia, Ecuador, Panama, Thailand en Venezuela om dezelfde reden (gebrekkige Firestone-banden) tegen Ford zijn ingesteld.12 Terwijl Ford haar geschil met Bridgestone/Firestone over de gebrekkige banden tegen $240 miljoen inmiddels heeft geschikt,13 lijkt het einde van de honderden procedures tegen Ford voorlopig nog niet in zicht.