Einde inhoudsopgave
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/13.4.1
13.4.1 Bijzondere tariefsfaciliteit voor inkoop aandelen vervallen
E.J.W. Heithuis, datum 01-12-1999
- Datum
01-12-1999
- Auteur
E.J.W. Heithuis
- JCDI
JCDI:ADS458979:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Voetnoten
Voetnoten
In beginsel is volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad het normale progressieve tarief van toepassing op een inkoop van eigen aandelen door de vennootschap. Zie HR 14 november 1956, BNB 1957/20, HR 23 december 1959, BNB 1960/63 en HR 17 februari 1960, BNB 1960/109.
Ik wijs erop dat art. 57, eerste lid, onderdeel e, (oud) Wet IB sprak over meer dan 5% van het nominaal gestorte kapitaal, terwijl het kwantitatieve aanmerkelijkbelangcriterium aansluit bij het geplaatste kapitaal (zie hoofdstuk 5, onderdeel 5.2.2.1).
In vergelijking met de tot 1 januari 1997 geldende tarieven is de bijzondere tariefsfaciliteit voor inkoop van eigen aandelen door de vennootschap (ter amortisatie) van art. 57, eerste lid, onderdeel e (oud), Wet IB komen te vervallen.1 Bij de totstandkoming van de huidige Wet IB had de wetgever, analoog aan de regeling van het liquidatiedividend in het huidige art. 57, eerste lid, onderdeel f, Wet IB, in art. 57, eerste lid, onderdeel e, (oud) Wet IB het bijzondere tarief van 45% ook beschikbaar gesteld voor inkoop van eigen aandelen, mits aan de volgende voorwaarden werd voldaan:
het ingekochte pakket aandelen vertegenwoordigde meer dan 5%> van het nominaal gestorte kapitaal;
noch in het lopende kalenderjaar, noch in de daaraan voorafgaande tien kalenderjaren waren door de vennootschap aandelen van de belastingplichtige ingekocht.
Als gevolg van de gewijzigde aanmerkelijkbelangregeling is met ingang van 1 januari 1997 deze bijzondere tariefsfaciliteit voor (on)middellijke inkoop van eigen aandelen door de vennootschap vervallen. Zoals uit bovenstaande voorwaarden blijkt, was de vroegere tariefsfaciliteit immers alleen van toepassing als het ingekochte pakket aandelen een belang van meer dan 5% van het nominaal gestorte kapitaal vertegenwoordigde. Aangezien onder de nieuwe aanmerkelijkbelangregeling in dergelijke situaties vrijwel altijd sprake is van een aanmerkelijk belang in de vennootschap2, waarvoor het sedert 1 januari 1997 geldende nieuwe aanmerkelijkbelangregime geldt (zie hoofdstuk 5, onderdeel 5.2.2.1), kon deze bijzondere tariefsfaciliteit voor inkoop van eigen aandelen door de vennootschap dan ook vervallen. Overigens meen ik, gelet op de parallel die de Hoge Raad bij een inkoop van eigen aandelen door de vennootschap trekt met de liquidatie van de vennootschap, dat de tot 1 januari 1997 geldende nadere voorwaarden voor de toepassing van het bijzondere tarief niet behoorden te worden gesteld, nu dergelijke voorwaarden ook niet worden gesteld aan de toepassing van het bijzondere tarief in geval van liquidatie van de vennootschap. Dit maakt tevens dat mijns inziens de bijzondere tariefsfaciliteit voor een inkoop van eigen aandelen door de vennootschap per 1 januari 1997 niet had moeten worden afgeschaft doch had moeten worden verbreed door de beperkende voorwaarden te laten vervallen. Hierdoor zou ook in de tariefsfeer een meer gelijke behandeling zijn verkregen van liquidatie van de vennootschap - altijd bijzonder tarief zonder nadere voorwaarden ^- met inkoop van eigen aandelen door de vennootschap.
Sedert 1 januari 1997 zijn met betrekking tot de inkomsten uit aandelen in de sfeer van de bron 'inkomsten uit vermogen' aldus de volgende tarieven van toe-
passing:
•regulier dividend: regulier dividend:max. 60%
•inkoop van aandelen door de vennootschap (ter amortisatie): inkoop van aandelen door de vennootschap (ter amortisatie):max. 60%
• dividend als gevolg van liquidatie van de vennootschap: 45%
• verkoop van aandelen in het zicht van liquidatie: 45%
• inkomsten uit krachtens erfrecht verkregen aandelen: 20%
• dividend als gevolg van herkapitalisatie van de vennootschap: 10%>
• verkoop en inkoop (ter tijdelijke belegging) van aandelen: 0%
Men ziet dat voor niet-aanmerkelijkbelanghouders de tot 1 januari 1997 geldende uiteenlopende tarieven voor de diverse opbrengsten van aandelen (zie hoofdstuk 3, onderdeel 3.2.2) ook na 1 januari 1997 in grote lijnen ongewijzigd zijn gehandhaafd. Met name is het juridische kleed, waarin de desbetreffende opbrengst van aandelen wordt gehuld, nog steeds doorslaggevend voor de tariefstoepassing.