HR, 13-06-2014, nr. 13/04870
ECLI:NL:HR:2014:1410
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13-06-2014
- Zaaknummer
13/04870
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2014:1410, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑06‑2014; (Artikel 81 RO-zaken, Cassatie)
- Vindplaatsen
FutD 2014-1374
Viditax (FutD) 2014061314
Uitspraak 13‑06‑2014
Inhoudsindicatie
HR: art. 81.1 RO.
Partij(en)
13 juni 2014
nr. 13/04870
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 september 2013, nrs. 13/00003 en 13/00004, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Arnhem (nrs. 12/1511, 12/1512, 12/1835 en 12/1836) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2008 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage ingevolge de Zorgverzekeringswet.
1. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een klacht aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
2. Beoordeling van de klacht
De klacht kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klacht niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren R.J. Koopman en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2014.