NJF 2013/361
Interregionaal privaatrecht. Bevoegdheid Nederlandse rechter en toepasselijk recht binnen het Koninkrijksverband.
Rb. Rotterdam 26-06-2013, ECLI:NL:RBROT:2013:5150
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
26 juni 2013
- Magistraten
Mr. A.J.J. van Rijen
- Zaaknummer
C/10/387311 / HA ZA 11-1921
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBROT:2014:2381, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 19‑03‑2014
ECLI:NL:RBROT:2013:5150, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 26‑06‑2013
- Wetingang
Art. 10:119 BW
Essentie
Interregionaal privaatrecht. Bevoegdheid Nederlandse rechter en toepasselijk recht binnen het Koninkrijksverband.
Samenvatting
De kern van het geschil ziet op, kort gezegd, bestuurdersaansprakelijkheid (art. 2:14 BW NA/Curaçao). De voorvraag betreft het toepasselijk recht. Eiseres MFC is gevestigd te Curaçao en zij spreekt de (in Nederland wonende) statutair bestuurder aan. De rechtbank oordeelt dat in Nederland (in beginsel) geen geschreven regels gelden over het toepasselijk recht in zaken binnen het Koninkrijksverband. Analoog aan art. 3 sub d van de Wet Conflictenrecht Corporaties (thans art. 10:119 BW) geldt dat Antilliaans (thans Curaçaos) recht van toepassing is op de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.