De woon- en vestigingsplaats in de BTW
Einde inhoudsopgave
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/4.2.4:4.2.4 Het voorstel voor een Tiende Richtlijn
Archief
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/4.2.4
4.2.4 Het voorstel voor een Tiende Richtlijn
Documentgegevens:
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx, datum 10-05-2011
- Datum
10-05-2011
- Auteur
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx
- JCDI
JCDI:ADS398831:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Omzetbelasting / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Omzetbelasting / Plaats van levering en dienst
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Voorstel voor een Tiende Richtlijn van 23 april 1979, PbEG 1979, C 116, blz. 4 e.v.
Inmiddels vinden we in art. 56, eerste lid, btw-richtlijn (tekst vanaf 2010) voor kortdurende verhuur hetzelfde aanknopingspunt voor heffing.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het voorstel voor een Tiende Richtlijn1 heeft de Commissie een fictieve vestigingsplaats voorgesteld voor de verhuur van roerende lichamelijke zaken, met uitzondering van vervoermiddelen. De zetel van bedrijfsuitoefening werd geacht te zijn gevestigd op de plaats waar de zaak zich bevindt op het tijdstip dat deze feitelijk ter beschikking van de huurder wordt gesteld.2 Uit de toelichting op het voorstel blijkt dat zich in de praktijk moeilijkheden voordeden bij het bepalen waar de zetel van bedrijfsuitoefening van de verhuur-activiteit was gevestigd. In de Tiende Richtlijn is er voor gekozen om de verhuur van roerende lichamelijke zaken toe te voegen aan art. 9, tweede lid, onderdeel e, Zesde Richtlijn (voor de uitleg van die regeling zie paragraaf 4.2.2). De bijzondere regeling voor verhuur van roerende lichamelijke zaken van art. 9, tweede lid, onderdeel d, Zesde Richtlijn werd daarbij ingetrokken.