Belastingblad 2025/72
Nu de Hoge Raad in zijn beantwoording op prejudiciële vragen heeft bepaald dat de rechtbank de kosten van naheffing niet uit coulance kan matigen of op nihil stellen, vraagt de rechtbank de wetgever om de huidige wetgeving tegen het licht te houden. Onder de huidige wetgeving is geen ruimte om maatwerk te leveren en dat is niet in lijn met een motie die door de Tweede Kamer is aangenomen vanwege haar eigen rol bij de toeslagenaffaire.
Rb. Oost-Brabant 03-01-2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:5, m.nt. M.P. van der Burg
- Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
- Datum
3 januari 2025
- Magistraten
Mrs. A.F. Vink, G. de Jong, M. Venderbosch
- Zaaknummer
22/1320
- Noot
M.P. van der Burg
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS995573:1
- Vakgebied(en)
Belastingen van lagere overheden / Gemeentelijke belastingen
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Boete
Bestuursprocesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBOBR:2025:5, Uitspraak, Rechtbank Oost-Brabant, 03‑01‑2025
Essentie
Nu de Hoge Raad in zijn beantwoording op prejudiciële vragen heeft bepaald dat de rechtbank de kosten van naheffing niet uit coulance kan matigen of op nihil stellen, vraagt de rechtbank de wetgever om de huidige wetgeving tegen het licht te houden. Onder de huidige wetgeving is geen ruimte om maatwerk te leveren en dat is niet in lijn met een motie die door de Tweede Kamer is aangenomen vanwege haar eigen rol bij de toeslagenaffaire.
Uitspraak
Uitspraak
in de zaak tussen
[naam] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: [naam] ),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente 's-Hertogenbosch, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.