Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/8.5.4.4.1.2
8.5.4.4.1.2 Herzieningsperiode van vijf volle jaren vanaf het moment van ingebruikneming
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291460:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Deze zin heb ik voor het eerst aangetroffen in het door de voorzitter van het Comité van Permanente Vertegenwoordigers herziene ontwerp van de Zesde Richtlijn van 21 februari 1977, nr. R/434/77 (FIN 90), maar uit dit stuk volgt dat hierover reeds in een eerder stadium overeenstemming is bereikt.
Vgl. J. Reugebrink, ‘Het wetsontwerp tot wijziging van de omzetbelasting’, WFR 1979/145.
Uit de vergaderstukken inzake de totstandkoming van de Zesde Richtlijn heb ik niet kunnen afleiden wat de reden is geweest voor de toevoeging van de mogelijkheid om de herziening te baseren op een periode van vijf volle jaren vanaf het moment van ingebruikneming.1 Niettemin is deze toevoeging naar mijn mening wel een logische. In het Voorstel voor een zesde richtlijn was de herzieningsregeling voor investeringsgoederen – net als in de Tweede richtlijn – beperkt tot wijzigingen van het definitieve pro rata van elk van de vier jaren volgend op het jaar van verkrijging, ten opzichte van het definitieve pro rata in het jaar van verkrijging. Bij toepassing van de pro ratamethode conform het uitgangspunt van art. 175 Btw-richtlijn is het (voorlopige en definitieve) pro rata voor het gehele jaar gelijk.2 Voor de mate van btw-aftrek maakt het derhalve geen verschil uit of een gemengd gebruikt onroerend goed op 1 januari of 1 december wordt verkregen of vervaardigd. Ook het daadwerkelijk gebruik voor belaste en onbelaste handelingen doet bij toepassing van de pro ratamethode niet ter zake. Om die reden ligt het bij toepassing van de pro ratamethode naar mijn mening voor de hand dat de herzieningsperiode direct aanvangt op het moment van verkrijging of vervaardiging.
Indien echter gesplitst wordt op basis van de gebruikmethode, dan kan – zeker bij vastgoed – de ingebruikneming geruime tijd na het moment van verkrijging of vervaardiging plaatsvinden. Omdat bij het toepassen van de gebruikmethode het daadwerkelijke gebruik voor belaste en onbelaste handelingen beslissend is voor de omvang van btw-aftrek, ligt het bij het toepassen van deze splitsingsmethode naar mijn mening in de rede dat de herzieningsperiode aanvangt op het moment van ingebruikneming. Daarnaast sluit een aanvang van de herzieningsperiode op het moment van ingebruikneming van het onroerende investeringsgoed naar mijn mening in zijn algemeenheid beter aan bij de ratio van de herzieningsregels, omdat hierdoor een nauwer en rechtstreekser verband gevestigd wordt tussen het recht op aftrek en het gebruik van de betrokken goederen en diensten voor belaste handelingen gedurende de herzieningsperiode (zie paragraaf 8.5.2). Ten slotte geldt voor gebouwen dat de aanvang van de herzieningstermijn op het moment van ingebruikneming beter aansluit bij het onderscheid tussen nieuwe en oude gebouwen indien een lidstaat hiervoor het moment van eerste ingebruikneming of het tijdvak – dat niet langer mag duren dan twee jaar – tussen de eerste ingebruikneming en de daaropvolgende levering beslissend acht (zie paragraaf 5.5).3