Conversie en aandelen
Einde inhoudsopgave
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/6.1.4:6.1.4 Conversie bij besluit van een orgaan
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/6.1.4
6.1.4 Conversie bij besluit van een orgaan
Documentgegevens:
mr. P.H.N. Quist, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. P.H.N. Quist
- JCDI
JCDI:ADS369455:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook kunnen de statuten bepalen dat conversie geschiedt bij besluit van een orgaan van de vennootschap. Dit is niet zelden het bestuur, maar dit kan evengoed elk ander orgaan, zoals de vergadering van houders van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding zijn. Zo kan de bevoegdheid tot het nemen van het conversiebesluit door BV-statuten zijn toegekend aan de vergadering van houders van de aandelen 2 en 19. In veel gevallen komt conversie door een besluit van een orgaan voor als mengvorm: op verzoek van de betreffende aandeelhouder besluit het orgaan tot conversie. Als aan het orgaan enige discretionaire bevoegdheid toekomt om al dan niet tot conversie te besluiten, is het van belang om de componenten van de afweging in de statuten te benoemen. Hoewel in de praktijk regelingen waarbij preferente aandelen kunnen worden omgezet in gewone aandelen geregeld voorkomen, kan het ook zo zijn dat een houder van gewone aandelen het recht heeft te verzoeken deze aandelen om te zetten in cumulatief preferente aandelen die het recht op een jaarlijkse vaste uitkering geven. Door een zodanige conversie krijgt risicodragend eigenvermogenkaraktertrekken van een geldlening waarover, ongeacht de resultaten, rente betaald moet worden. Zo’n conversie kan grote gevolgen hebben voor de solvabiliteit en liquiditeit van de vennootschap. Dat kan reden zijn dat het bestuur in dat geval de beoordeling toe moet komen om, afhankelijk van de stand van het vermogen van de vennootschap, haar liquiditeit en de verwachtingen voor de toekomst in dat opzicht, te besluiten om al dan niet in het conversieverzoek te bewilligen. De statutaire regeling van een zodanige conversie zou als volgt kunnen worden vormgegeven:
Een houder van aandelen G kan bij een door hem aan het bestuur van de vennootschap gerichte aangetekende brief, waarin staat vermeld welk aantal aandelen G in aandelen P hij wenst om te zetten, het bestuur verzoeken tot omzetting van aandelen G in aandelen P. Het bestuur bevestigt onverwijld de ontvangst van een zodanig verzoek tot omzetting en geeft daarin te kennen op welke termijn het bestuur daaromtrent zal beslissen, welke termijn niet langer kan zijn dan twee maanden, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek tot omzetting. Het moment van omzetting wordt door het bestuur bepaald, met dien verstande dat dit moment dient te zijn gelegen binnen drie maanden, te rekenen vanaf de datum van de ontvangst van het verzoek tot omzetting.
Het bestuur besluit ten aanzien van een verzoek als in het vorige lid omschreven ofwel tot inwilliging van het verzoek, tot gedeeltelijke inwilliging van het verzoek of tot afwijzing van het verzoek. Het bestuur kan slechts tot gedeeltelijke inwilliging of tot afwijzing van het verzoek over gaan indien het bestuur weet of redelijkerwijs behoort te voorzien dat de vennootschap na de omzetting van alle aandelen als waartoe is verzocht, niet zal kunnen blijven voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden. In dat geval bericht het bestuur de betreffende aandeelhouder van zijn overwegingen aangaande de gedeeltelijke inwilliging of afwijzing van het verzoek.
In het geval het bestuur besluit tot inwilliging of gedeeltelijke inwilliging van een verzoek tot omzetting bericht het bestuur de betreffende aandeelhouder daarvan onverwijld waarbij het moment per wanneer de omzetting heeft plaatsgevonden dan wel zal plaats vinden wordt vermeld, alsook, bij gedeeltelijke inwilliging, welke aandelen G het betreft. Tevens en tegelijkertijd bericht het bestuur de overige houders van aandelen G en P van het besluit tot conversie en vermeldt daarbij hoeveel aandelen G in P zijn omgezet en welke aandelen het betreft en op welk moment de omzetting heeft plaatsgevonden dan wel zal plaats vinden.
Na kennisgeving door het bestuur van een gedeeltelijke inwilliging of een afwijzing van het verzoek, kan de aandeelhouder gedurende een periode van drie maanden niet opnieuw een verzoek tot omzetting van aandelen G indienen.
Een zodanige regeling legt veel verantwoordelijkheid bij het bestuur. Vanzelfsprekend kan het bestuur ook meer beslissingsruimte worden toegekend of kan de beslissingsruimte verder worden ingekaderd. Aangezien het belang van de aandeelhouder (maar ook het belang van de andere aandeelhouders) door een beslissing van het bestuur omtrent een verzoek tot conversie direct wordt geraakt, verdient het aanbeveling het bestuur heldere criteria aan de hand te doen om bij zijn besluit in acht te nemen.