NJ 2025/116
Bijstelling rechtspraak over het onderzoek aan inbeslaggenomen elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken naar aanleiding van het Landeck-arrest.
HR 18-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:409, m.nt. J.M. Reijntjes
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 maart 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, M. Kuijer, T. Kooijmans
- Zaaknummer
22/03889
- Conclusie
A-G mr. A.E. Harteveld
- Noot
J.M. Reijntjes
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD10928:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:409, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1230, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑11‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 16‑11‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑10‑2023
- Wetingang
Essentie
Naar aanleiding van het Landeck-arrest (HvJ EU 4 oktober 2024, NJ 2025/115, m.nt. J.M. Reijntjes) wordt de rechtspraak over het onderzoek aan inbeslaggenomen elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken (HR 4 april 2017, NJ 2017/229, m.nt. T. Kooijmans (smartphone-arrest)) bijgesteld.
Samenvatting
Het Landeck-arrest brengt mee dat het onderzoek aan (inbeslaggenomen) elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken voortaan op een enigszins andere manier moet worden genormeerd dan uit HR 4 april 2017, NJ 2017/229, m.nt. T. Kooijmans (smartphone-arrest), voortvloeit. Het is aan de wetgever ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.