Eigendomsgrondrecht en belastingen
Einde inhoudsopgave
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/16.6:16.6 Conclusie
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/16.6
16.6 Conclusie
Documentgegevens:
dr. T.C. Gerverdinck, datum 13-03-2020
- Datum
13-03-2020
- Auteur
dr. T.C. Gerverdinck
- JCDI
JCDI:ADS197350:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Mensenrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De conclusie uit het voorgaande is dat er aanmerkelijke verschillen bestaan tussen het EHRM en de Nederlandse, Duitse en Britse rechter voor wat betreft het bieden van rechtsherstel bij een geconstateerde schending van het eigendomsgrondrecht. Bij het EHRM kan een verzoeker bij een schending van artikel 1 Eerste Protocol in beginsel een schadevergoeding tegemoet zien, waarbij nog een onderscheid kan worden gemaakt tussen materiële en immateriële schade. Vergoeding van immateriële schade ben ik bij geen enkele nationale belastingrechter tegengekomen. Ook houdt het Hof bij de vaststelling van de vergoeding in voorkomende gevallen rekening met inflatie en rentegemis.
In Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk is de rechter terughoudend bij het toekennen van rechtsherstel. Deze houding is te verklaren door de positie die de rechter binnen het staatsbestel inneemt ten opzichte van de democratisch gekozen wetgever. In alle drie de landen laat de rechter het in beginsel aan de wetgever over om de wijze van rechtsherstel te kiezen. In Nederland grijpt de belastingrechter wel in in gevallen waarin een individuele en buitensporige last is geconstateerd, in welk geval de rechter de wet niet onverbindend verklaart, maar alleen in dat individuele geval buiten toepassing laat of, als dat niet helpt, de schade als gevolg van de schending schattenderwijs bepaalt en vergoedt. De Britse rechter kan ter compensatie van een schending van het EVRM schadevergoeding toekennen en in zoverre de onrechtmatige wetgeving in het concrete geval materieel buiten toepassing laten (de schadevergoeding zal bestaan uit het onrechtmatige geheven/ ingevorderde belastingbedrag). Een verschil tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk enerzijds en Duitsland anderzijds, is dat het in de eerstgenoemde landen mogelijk is dat een door de rechter geconstateerde schending van het eigendomsgrondrecht in stand blijft zolang de wetgever niet ingrijpt, terwijl het BVerfG de wetgever expliciet een termijn geeft waarbinnen wetswijziging moet plaatsvinden.