Transparante en eerlijke verdeling van schaarse besluiten
Einde inhoudsopgave
Transparante en eerlijke verdeling (Meijers-reeks) 2014/12.5.0:12.5.0 Deelvraag 3
Transparante en eerlijke verdeling (Meijers-reeks) 2014/12.5.0
12.5.0 Deelvraag 3
Documentgegevens:
A. Drahmann, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
A. Drahmann
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De derde deelvraag, waarin centraal staat in hoeverre de transparantievereisten reeds in het Nederlandse algemeen bestuursrecht zijn geborgd, valt in twee delen uiteen, namelijk de vraag of er elementen in de Awb zijn die overeenkomen of juist op gespannen voet staan met de transparantieverplichting en daarnaast of er lijnen in de jurisprudentie van de Nederlandse bestuursrechters zijn die overeenkomen met of juist op gespannen voet staan met de transparantieverplichting.
Deze deelvraag is – met name – beantwoord in het artikel/hoofdstuk getiteld ’Is de transparantie bij de verdeling van schaarse vergunningen voldoende gewaarborgd?’ (hoofdstuk 9 van dit boek).
Daarnaast is ten behoeve van de beantwoording van deze deelvraag bijzondere aandacht besteed aan de volgende drie deelgebieden binnen het bestuursrecht waar schaarse rechten worden verleend:
In hoeverre worden transparantievereisten in acht genomen bij de verlening van schaarse ontheffingen op grond van de Winkeltijdenwet en de verlening van schaarse vergunningen en ontheffingen op grond van Algemene Plaatselijke Verordeningen (apvs)? Deze vraag wordt – met name – beantwoord in het artikel/hoofdstuk ’Is de transparantie bij de verdeling van schaarse vergunningen voldoende gewaarborgd?’ (hoofdstuk 9);
In hoeverre worden transparantievereisten in acht genomen bij subsidieverstrekking? Deze vraag wordt – met name – beantwoord in het artikel/hoofdstuk ’Kan het subsidierecht transparanter?’ (hoofdstuk 8); en
In hoeverre moeten de transparantievereisten worden toegepast (bij de verlening van vergunningen en het vaststellen van plannen) in het omgevingsrecht en worden deze eisen reeds materieel toegepast? Deze vraag wordt – met name – beantwoord in het artikel/hoofdstuk ’De betekenis van het transparantiebeginsel voor het omgevingsrecht’ (hoofdstuk 10).
Bij de beantwoording van deze deelvraag zijn twee uitgangspunten mogelijk. Ten eerste is het mogelijk om de (in de eerste deelvraag geformuleerde) transparantievereisten als uitgangspunt te nemen en daar vervolgens het nationale recht op toe te passen. De tweede mogelijkheid is om juist het nationale recht als uitgangspunt te nemen en die aan de transparantieverplichting te toetsen. Welke mogelijkheid de voorkeur heeft, zal afhangen van het perspectief van de lezer. Daarom zal deze deelvraag op beide manieren worden beantwoord.
Aandachtspunt is dat de jurisprudentie van de bestuursrechter betrekking heeft op een bepaald bestuursrechtelijk rechtsgebied, bijvoorbeeld een subsidie, een evenementenvergunning of een winkeltijdenwetontheffing. Bestuursorganen kunnen besluiten een plafond vast te stellen en daarmee schaarste te creëren, maar dit is niet verplicht. Dit onderzoek heeft betrekking op schaarse besluiten. In deze slotbeschouwing wordt jurisprudentie over bijvoorbeeld een schaarse evenementenvergunning of een schaarse subsidie veralgemeniseerd bij het beantwoorden van de vraag of bij schaarse besluiten wordt getoetst aan transparantievereisten. Het is mogelijk dat de bestuursrechter bij zijn oordeel niet beoogd heeft een algemeen oordeel te geven over schaarse besluiten in bredere zin dan alleen het aan de orde zijnde vergunning- of subsidiestelsel. Mijn uitgangspunt is echter dat de transparantieverplichting een (onderdeel van een) rechtsregel is die in acht moet worden genomen bij alle schaarse besluitvorming en dat daarom veralgemenisering mogelijk zou moeten zijn.
Hierna zullen eerst de vereisten die zijn geformuleerd bij het beantwoorden van de eerste deelvraag worden vergeleken met jurisprudentie van de bestuursrechter over schaarse besluiten en de Awb. Vervolgens zal de vraag worden beantwoord of (en zo ja welke) artikelen uit de Awb op gespannen voet staan met de transparantieverplichting. Ten slotte zal de vraag worden beantwoord of er lijnen in de jurisprudentie van de bestuursrechter zijn aan te wijzen die in overeenstemming zijn met of juist op gespannen voet staan met de transparantieverplichting. Op deze wijze kan worden bezien in hoeverre de transparantieverplichting is geborgd in het Nederlandse bestuursrecht.