Billijkheidsuitzonderingen
Einde inhoudsopgave
Billijkheidsuitzonderingen (SteR nr. 40) 2018/5.0:5.0 Introductie
Billijkheidsuitzonderingen (SteR nr. 40) 2018/5.0
5.0 Introductie
Documentgegevens:
mr. F.S. Bakker, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. F.S. Bakker
- JCDI
JCDI:ADS357117:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 27 november 1984, ECLI:NL:HR:1984:AC8615, NJ 1985/106, m.nt. Th.W. van Veen (Euthanasie Alkmaar).
Bijv. Hesselink 1999, p. 421, voetnoot 112: vanwege het lex certa-beginsel valt het strafrecht ‘wellicht’ niet binnen het toepassingsgebied van de (beperkende werking van de) redelijkheid en billijkheid, die hij als grondslag beschouwt voor alle mogelijke billijkheidsuitzonderingen.
Hoofdstuk 3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een huisarts had een 95-jarige patiënte geholpen te sterven.1 Volgens artikel 293 Sr was hij strafbaar; er bestond nog geen bijzondere strafuitsluitingsgrond voor artsen bij euthanasie.2 Het hof had hem dan ook veroordeeld (maar geen straf of maatregel opgelegd). Het verwierp het beroep op een ongeschreven rechtvaardigingsgrond. Volgens de Hoge Raad was die verwerping niet onjuist, maar had het hof ten onrechte niet onderzocht of overmacht noodtoestand kon worden aanvaard. Dat een verdachte tot een feit ‘door overmacht is gedrongen’ (art. 40 Sr) legde de Hoge Raad zo uit dat het hof had moeten beoordelen of het lijden van de patiënte ‘zo ondraaglijk’ was, ‘dat verdachte redelijkerwijze geen andere keuze had dan haar dat lijden door euthanasie te besparen’. Bepalend was het verantwoord medisch inzicht van de verdachte, ‘getoetst aan de in de medische ethiek geldende normen’.
Billijkheidsuitzonderingen hebben in het strafrecht een beperktere rol dan in het civiele recht. Evident onbillijke beslissingen door toepassing van wetgeving worden vooral voorkomen door interpretatie, benutting van de straftoemetingsvrijheid en vroegtijdige filtering van zaken door het OM in het kader van het opportuniteitsbeginsel. Dat wil niet zeggen dat uitzonderingen in dit rechtsgebied niet nodig zijn, of dat er geen ruimte voor is (zoals wel eens wordt verondersteld3). De algemene constitutionele eisen aan uitzonderingen4 en de karakteristieken van het strafrecht laten er ruimte voor.
In dit hoofdstuk wordt de strafrechtelijke ruimte voor uitzonderingen beschreven en wordt beoordeeld in hoeverre deze wordt benut. Net als in het vorige hoofdstuk wordt eerst nog eens kort in herinnering gebracht wat in dit onderzoek onder ‘billijkheidsuitzonderingen’ wordt verstaan, voor de lezer die slechts van dit hoofdstuk kennis zou willen nemen (par. 5.1). Vervolgens wordt aandacht besteed aan de algemene karakteristieken van het strafrecht die voor dit rechtsgebied een eigen kader voor uitzonderingen vormen (par. 5.2). Dan worden strafrechtelijke uitzonderingen beschreven (par. 5.3) en wordt bezien welke aspecten bij beslissingen hierover een rol spelen (par. 5.4). Een paragraaf over interpretatie als belangrijk strafrechtelijk alternatief voor uitzonderingen volgt (par. 5.5). Besloten wordt met de rol van uitzonderingen in het voetspoor van Aristoteles in het strafrecht (par. 5.6).