Forumkeuze in het Nederlandse internationaal privaatrecht
Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/11.2.9.8:11.2.9.8 Statuten en aandeelhouders
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/11.2.9.8
11.2.9.8 Statuten en aandeelhouders
Documentgegevens:
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS416865:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 10 maart 1992, zaak C-214/89, Powell Duffryn/Petereit, Jur. 1992, p. 1-1745, NJ 1996, 279.
Snijders, Rechtsvordering, suppl. 305 (augustus 2006), p. 1020-62-66 en ook p. 1020-61 waar hij verwijst naar de ongeldigheid van een arbitraal beding in statuten van een stichting voor geschillen tussen deelnemers in een stichting onderling.
BR 10 november 2006, RvdW 2006, 1055, JOL 2006, 689.
BR 10 november 2006, RvdW 2006, 1055, JOL 2006, 689 voor een arbitraal beding. Voor een forumkeuze dient hetzelfde te worden aangenomen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit het arrest Powell Duffryn/Petereit1 volgt dat in statuten een forumkeuze kan worden gemaakt in de zin van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag. Het is niet verbazingwekkend dat de oprichters van een vennootschap bij het nemen van aandelen en aandeelhouders die instemmen met een forumkeuze ingeval van een statutenwijziging, zijn gebonden aan de forumkeuze. Voor een arbitraal beding in statuten volgt de gebondenheid uit art. 1020 lid 5 Rv. Een analoge behandeling van een forumkeuze en een arbitraal beding ligt dan ook in beginsel voor de hand.2 Een forumkeuze biedt echter meer mogelijkheden dan een arbitraal beding, omdat een arbitraal beding niet kan worden overeengekomen voor de vernietiging van besluiten van een rechtspersoon.3 Voor in Nederland gevestigde rechtspersonen dient echter rekening te worden gehouden met de exclusieve bevoegdheid van art. 22 sub 2 EEX-V°/16 sub 2 Verdrag dat inhoudt dat de Nederlandse rechter exclusief bevoegd is voor (de vernietiging van) besluiten van in Nederland gevestigde vennootschappen.4 Een forumkeuze is dus weliswaar anders dan een arbitraal beding mogelijk, maar biedt niet veel keuzevrijheid gezien het bepaalde in art. 23 lid 5 EEX-V°/17 lid 3 Verdrag.
Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat de gebondenheid zich ook uitstrekt tot aandeelhouders die niet hebben ingestemd met de forumkeuze en latere verkrijgers van aandelen. Alle aandeelhouders van een vennootschap zijn gebonden aan een forumkeuze in statuten ongeacht de wijze van verkrijging, het moment waarop de aandelen zijn verkregen en instemming met de forumkeuze. Derhalve zijn ook die aandeelhouders gebonden die geen aandelen hadden ten tijde van het opnemen van een forumkeuze in de statuten. Het moment waarop de forumkeuze in de statuten is opgenomen — door een besluit van de oprichters of de algemene vergadering van aandeelhouders — is dan ook niet van belang. Ook onder deze omstandigheid heeft een forumkeuze derdenwerking, namelijk jegens latere aandeelhouders ongeacht hun titel van verkrijging en hun instemming met de forumkeuze. De derdenwerking gaat echter niet zover dat een aandeelhoudersovereenkomst ook leidt tot binding van de vennootschap, indien de laatste niet met de forumkeuze heeft ingestemd.5