De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken
Einde inhoudsopgave
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/4.3.3:4.3.3 Overleg met partijen over het vervolg van de procedure
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/4.3.3
4.3.3 Overleg met partijen over het vervolg van de procedure
Documentgegevens:
Janneke van der Linden, datum 14-04-2010
- Datum
14-04-2010
- Auteur
Janneke van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS365411:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Welch (2) = 22.224 p = .000 Brown-Forsythe (2) = 19.171 p = .000. Ook tussen partijen en advocaten bestaan significante verschillen.
Aan partijen en advocaten die ‘oneens’ of ‘zeer oneens’ geantwoord hadden, is niet gevraagd hun antwoord toe te lichten omdat de interviews anders te lang zouden gaan duren.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Stelling 3: ‘Alles wat tijdens de zitting mogelijk was om het verdere verloop van het proces tot en met het eindvonnis te plannen, is gedaan.’
Rechters hebben deze stelling significant positiever beantwoord dan advocaten en partijen (tabel 53).1 Advocaten waren weer positiever dan partijen.
Partijen
Advocaten
Rechters
Abs
%
Abs
%
Abs
%
1 zeer oneens
4
2.4
4
2.2
1
1.0
2 oneens
20
11.8
19
10.3
3
2.9
3 beetje oneens/beetje eens
46
27.1
27
14.7
4
3.9
4 eens
84
49.4
100
54.3
65
63.7
5 zeer eens
14
8.2
34
18.5
29
28.4
Geen antwoord
2
1.2
0
0
0
0
Totaal
170
100
184
100
102
100
M = 3.50
SD = .90
M = 3.77
SD = .94
M = 4.16
SD = .71
Rechters zijn dus erg optimistisch over de afspraken die zij met partijen gemaakt hebben over de verdere procedure, terwijl advocaten en (vooral) partijen dit aanmerkelijk negatiever percipiëren. Dit zou kunnen komen doordat er minder gepland wordt dan mogelijk is of minder dan partijen hadden verwacht. Een andere mogelijke, maar niet-onderzochte, verklaring zou kunnen zijn dat de rechter wel vertelt wat er gaat gebeuren na de zitting, maar dat dit op zo’n manier verteld wordt dat partijen het niet begrijpen. Zo zullen maar weinig partijen begrijpen waar de rechter het over heeft als hij meedeelt dat de zaak naar de rol wordt verwezen voor akte of repliek (waarna partijen vriendelijk bedankt worden voor hun aanwezigheid en iedereen de rechtszaal verlaat).
Er zijn geen significante verschillen in het antwoord op de stelling gevonden tussen (1) eisers en gedaagden, (2) advocaten van eisers en die van gedaagden en (3) de deelnemers van de twee rechtbanken.
Zoals blijkt uit tabel 53 waren slechts vier rechters het (zeer) oneens met de stelling. Tijdens het interview gaven twee van hen aan, re- en dupliek gelast te hebben en dat het afhangt van de informatie die dan naar voren komt, wat de volgende stappen in de procedure zullen zijn. De derde rechter kon niets plannen, omdat belangrijke stukken nog ontbraken die de advocaten hadden moeten aanleveren. De vierde rechter verklaarde dat partijen hadden gekozen voor mediation en dat hij het verder verloop van de procedure in het midden heeft gelaten omdat hij eerst de afloop van die mediation wilde afwachten.2
Ten slotte is ook voor deze stelling onderzocht in hoeverre de antwoorden van de verschillende deelnemers van dezelfde zitting overeenkomen (tabel 54). Dit is in lage mate het geval. Er zijn slechts relatief lage significante correlaties gevonden tussen de partijen en hun eigen advocaat en de rechter de advocaat van eiser.
gedaagde
advocaat eiser
advocaat gedaagde
rechter
eiser
-.200
.223*
-.156
-.076
gedaagde
-
-.083
.375*
.053
advocaat eiser
-
.209
.237*
advocaat gedaagde
-
.197
* deze correlatie is significant: p < .05 (2-tailed)