NJB 2018/2110:Verlating grondslag van de tenlastelegging door bewezen te verklaren dat de gedragingen van de verdachte betrekking hadden op ‘hennep’ terwijl de tenlastelegging ziet op ‘henneptoppen’? I.c. is daarvan sprake, mede in aanmerking genomen dat voor de kwalificatie van het bewezenverklaarde niet van betekenis is op welk deel van de hennepplant het bewezenverklaarde handelen betrekking heeft. Tekortschietende bewezenverklaring nu het onderdeel ‘zijnde telkens een hoeveelheid hennep (van) meer dan 500 gram’ niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid: dit kan bij gebrek aan belang i.c. echter niet tot cassatie leiden. Daarvoor telt dat, in aanmerking genomen dat tevens het beroeps- of bedrijfsmatige handelen door de verdachte is bewezenverklaard, bij weglating van het in het middel bedoelde onderdeel van de bewezenverklaring, de aard en de ernst van het bewezenverklaarde niet worden aangetast, terwijl ook de kwalificatie ongewijzigd blijft. Innerlijk tegenstrijdige bewezenverklaring? Het bewezenverklaarde houdt in dat de verdachte van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, omdat hij en zijn mededaders meermalen geldbedragen voorhanden hebben gehad, overgedragen en omgezet, waarbij dat overdragen en omzetten betrekking had op de in de bewezenverklaring genoemde objecten en uitgaven, terwijl de verdachte wist dat die geldbedragen – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit misdrijf. Tevens heeft het Hof bewezenverklaard – hoewel dat geen bestanddeel is van art. 420bis en 420ter Sr – dat die wetenschap reeds “ten tijde van” het verwerven of het voorhanden krijgen van de geldbedragen bestond. De Hoge Raad oordeelt dat deze bewezenverklaring niet innerlijk tegenstrijdig is