Billijkheidsuitzonderingen
Einde inhoudsopgave
Billijkheidsuitzonderingen (SteR nr. 40) 2018/1.6:1.6 Terminologie
Billijkheidsuitzonderingen (SteR nr. 40) 2018/1.6
1.6 Terminologie
Documentgegevens:
mr. F.S. Bakker, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. F.S. Bakker
- JCDI
JCDI:ADS360698:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bijv. hoofdstuk 5, titel par. 1.
Kamerstukken II 1988/89, 21221, 3 (MvT bij Awb), p. 17.
Vgl. Borgers 2016, onder verwijzing naar een uitspraak van J. van der Hoeven; Maas 2016 over de wijze waarop de belastingrechter de mondelinge wetsgeschiedenis gebruikt.
Fleuren 2015, p. 577.
Anders bijv. Groenewegen 2006, p. 105.
Fleuren 2015, p. 578, 579, onder verwijzing naar Wittgenstein.
Par. 1.1.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de duidelijkheid is het goed aandacht te besteden aan de betekenis waarin enkele termen in dit onderzoek worden gebruikt.
a. Wet, wetsbepaling, wetgeving, wetgever, wettelijk voorschrift, wettelijk
Met ‘de wet’ of een ‘wetsbepaling’ doel ik op de wet in formele zin of de ‘formele wet’, dus een wet vastgesteld door de regering en de Staten-Generaal gezamenlijk (art. 81 Gw). Onder ‘wetstoepassing’ wordt verstaan toepassing van wetgeving in formele zin. Alleen in sommige citaten van teksten van anderen betekent ‘wet’ niet een wet in formele zin; dat is dan de keuze van de oorspronkelijke auteur. Onder ‘wetgeving’ en ‘wettelijke voorschriften’ wordt – in navolging van de Grondwet1 en de Awb2 – verstaan wetgeving in materiële zin (algemeen verbindende voorschriften), niet noodzakelijkerwijs in formele zin; met ‘de wetgever’ wordt gedoeld op de formele of de lagere wetgever. Ook met ‘wettelijk’ wordt verwezen naar wetgeving in materiële zin. ‘Lagere wetgeving’ en ‘lagere wettelijke voorschriften’ zijn wetgeving niet afkomstig van de formele wetgever.
b. Wetgever als procedure
Wordt hier gesproken over ‘de wetgever’, dan wordt niet vergeten dat dit geen persoon, maar een gecompliceerde procedure is, waaraan verschillende organen en personen deelnemen, en waarin uiteindelijk een meerderheidsopvatting de doorslag geeft.3 Niet zelden blijkt uit de wetsgeschiedenis ook van verschillende opvattingen van bij het wetgevingsproces betrokken organen. ‘De wetgever’ heeft geen ‘bedoeling’ als subjectief begrip, in de betekenis van een mentale toestand of mentaal proces.4 ‘De bedoeling van de wetgever’ wordt in dit onderzoek dan ook niet met die betekenis gehanteerd.5 De uitdrukking doelt op de oorspronkelijke betekenis die de wetgever aan de wettekst verleende. Die kan worden achterhaald met behulp van de formulering van het voorschrift en de context van de totstandkoming, zoals die blijkt uit de wetsgeschiedenis.6
c. Toepasser van wettelijke voorschriften
De term ‘toepasser van wettelijke voorschriften’ wordt voornamelijk gebruikt als die toepasser ook een ander orgaan kan zijn dan de rechter, zoals een bestuursorgaan.
d. Uitspraken, beslissingen
Onder ‘uitspraken’ worden verstaan alle vonnissen en arresten, en rechterlijke beschikkingen. Onder ‘beslissingen’ worden zowel rechterlijke uitspraken begrepen als besluiten van bestuursorganen in de zin van de Awb. ‘Beslissingen over billijkheidsuitzonderingen’ kunnen dus worden genomen door zowel rechters als bestuursorganen.
e. Billijkheidsuitzondering
De term ‘billijkheidsuitzondering’ is reeds verklaard.7