Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/4.2.1.4.8
4.2.1.4.8 Open fonds voor gemene rekening
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS399475:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Inzake het toestemmingsvereiste voor fondsen van gemene rekening verwijs ik naar het besluit van de staatssecretaris van 15 december 2015, nr. BLKB2015/1209M, V-N 2016/2.4.
Zie de brief van de staatssecretaris van 18 september 2017, nr. 2017-0000182622, Belastingdienst ziet toenemend gebruik fonds voor gemene rekening. Zie ook de uiteenzetting van Goosen en Kroonenberg die de open commanditaire vennootschap vergelijken met het open fonds voor gemene rekening. C.A. Goosen/J. Kroonenberg, De open commanditaire vennootschap en het open fonds voor gemene rekening: een eerste vergelijking, VFP 2017/88.
Brief Staatssecretaris van Financiën van 26 juli 2017, nr. 2017-0000123479, V-N 2017/41.15. Een bespreking van het beleid gaat het bestek van mijn onderzoek te buiten.
In art. 2 is het fonds voor gemene rekening expliciet opgenomen in de opsomming (lid 1, onderdeel f) van binnenlands belastingplichtigen. De vennootschapsbelasting kent een eigen definitie van het begrip fonds voor gemene rekening. In art. 2 lid 3 Wet VPB 1969 is opgenomen dat onder een fonds voor gemene rekening wordt verstaan een fonds ter verkrijging van voordelen voor de deelgerechtigden door het voor gemene rekening beleggen of anderszins aanwenden van gelden, mits van de deelgerechtigdheid in het fonds blijkt uit verhandelbare bewijzen van deelgerechtigdheid. Net als bij het onderscheid tussen de open en besloten CV, waar de verhandelbaarheid van participaties een doorslaggevende rol speelt ten aanzien van de vennootschapsbelastingplicht, kan eenzelfde onderscheid worden gemaakt tussen open en besloten fondsen voor gemene rekening. Wel geldt er echter een iets andere definitie ten aanzien van de verhandelbaarheid van participaties. Daar waar de definitie van een open CV beschreven staat in de AWR kent het open fonds voor gemene rekening een eigen en van de AWR afwijkende definitie in het slot van art. 2 lid 3 Wet VPB 1969. De bewijzen van deelgerechtigdheid worden als verhandelbaar aangemerkt indien voor vervreemding niet de toestemming van alle deelgerechtigden is vereist, met dien verstande dat ingeval vervreemding uitsluitend kan plaatsvinden aan het fonds voor gemene rekening of aan bloed- en aanverwanten in de rechte linie de bewijzen niet als verhandelbaar worden aangemerkt.1 Daarnaast kan als redactioneel opvallend worden gezien dat de onbeperkte binnenlandse belastingplicht niet uit art. 2 lid 5 Wet VPB 1969 blijkt, maar uit lid 3 waar een fonds voor gemene rekening (fictief) als onderneming wordt aangemerkt. In de laatste jaren heeft de rechtsvorm (open) fonds voor gemene rekening in de praktijk aan populariteit toegenomen.2 De reden hiervoor is dat een open fonds voor gemene rekening “is ontdekt’’ als vehikel voor beleggings- en privacy-structuren, voor flexibel box-hoppen (tussen box 3 en box 2) en voor toegang tot het VBI- of FBI-regime. Vermeldingswaardig is nog dat de staatssecretaris op 26 juli 2017 fiscaal beleid rondom een fonds voor gemene rekening heeft gepubliceerd naar aanleiding van een Wob-verzoek.3