BR 2023/40
Toepassing Didam-arrest: bewijspositie (potentiële) gegadigde versus serieuze gegadigde.
Rb. Oost-Brabant 07-03-2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:997, m.nt. m.nt. M. Fokkema & F. Boer
- Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
- Datum
7 maart 2023
- Magistraten
Mr. L.S. Frakes
- Zaaknummer
C/01/380941 / HA ZA 22-198
- Noot
m.nt. M. Fokkema & F. Boer
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS702149:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Aanbestedingsrecht / Selectie
Ruimtelijk bestuursrecht / Procedure bestemmingsplan
Aanbestedingsrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBOBR:2023:997, Uitspraak, Rechtbank Oost-Brabant, 07‑03‑2023
- Wetingang
Essentie
Toepassing Didam-arrest: bewijspositie (potentiële) gegadigde versus serieuze gegadigde.
Samenvatting
De rechtbank gaat in deze ‘Didam’-kwestie in op een vraagstuk dat niet (direct) beantwoord is door de Hoge Raad in het Didam-arrest: de stelplicht van een partij die als (potentiële) gegadigde een beroep doet op het gelijkheidsbeginsel. De rechtbank oordeelt dat, nu eiseres haar interesse slechts in algemene bewoordingen bekend heeft gemaakt, en geen "deugdelijk en geloofwaardig plan" heeft gepresenteerd, zij haar vorderingen niet voldoende heeft onderbouwd.
Partij(en)
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 7 maart 2023 in de zaak van
[eiseres] B.V.
hierna: [eiseres]
gevestigd te [vestigingsplaats] (gemeente ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.