Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden
Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/III.6.1:III.6.1 Inleiding
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/III.6.1
III.6.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460243:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf III.4 heb ik het algemene juridisch kader van het bestuursrechtelijke overtredersbegrip geschetst. Daarin is gebleken dat de bestuursrechtelijke overtrederschapsvormen overeenkomen met de eerder besproken strafrechtelijke daderschapsvormen. Wat ik heb geschreven in par. II.3-II.5 geldt daarom mutatis mutandis voor de bestuursrechtelijke milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden.
In deze paragraaf bespreek ik of een natuurlijk persoon in een leidinggevende functie binnen een onderneming kan worden aangemerkt als overtreder van milieunormen. Als de bestuursrechter, zoals beoogd door de wetgever, na invoering van de Vierde tranche Awb de strafrechtelijke aansprakelijkheidsfiguren zou overnemen voor de beoordeling van overtrederschap, dan zou ik voor het antwoord op de vraag simpelweg kunnen verwijzen naar hoofdstuk II. Zo simpel ligt het echter niet. In de literatuur en jurisprudentie worden bepaalde bestuursrechtelijke overtrederschapsvormen anders ingevuld dan in het strafrecht geval is. Vooral de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State – de instantie die, al dan niet in hoger beroep, moet oordelen over verreweg de meeste milieukwesties – lijkt haar eigen koers te varen. Ten tijde van het verrichten van het onderzoek voor mijn bestuursrechtelijke hoofdstuk, gebruikt de Afdeling voor functioneel plegerschap niet de strafrechtelijke criteria maar een eigen toerekeningsformule. Ook de toets voor feitelijk leidinggeven wordt door de Afdeling anders toegepast dan strafrechters plegen te doen.
Voor het beantwoorden van de vraag of een leidinggevende kan worden aangemerkt als overtreder van milieunormen, zal ik in deze paragraaf in kaart brengen welke invulling in bestuursrechtelijke jurisprudentie wordt gegeven aan het overtredersbegrip. Daarbij zal ik de verschillen met de strafrechtelijke aansprakelijkheidsfiguren identificeren, en tracht ik te beoordelen of de afwijking van de strafrechtelijke lijn is gerechtvaardigd. Omdat het pre-Vierde tranche overtredersbegrip nog een belangrijke stempel drukt op de huidige lijn van de Afdeling, begin ik in paragraaf III.6.2 met een korte beschouwing van het bestuursrechtelijke overtredersbegrip van vóór de Vierde tranche. Vervolgens bespreek ik in paragraaf III.6.3 op welke manier de overtrederschapsvormen plegen, medeplegen en feitelijk leidinggeven worden uitgelegd in de bestuursrechtspraak. In de tussenconclusie beoordeel ik of de afwijking van het strafrechtelijke regime in de rede ligt, en in deze paragraaf geef ik ook antwoord op de vraag onder welke voorwaarden een leidinggevende in het bestuursrecht kan worden aangemerkt als overtreder van een bedrijfsmatige milieuovertreding.