Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/16.5.5.1
16.5.5.1 Artikel 22 sub 3 EEX-r/16 sub 3 Verdrag
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS411949:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Gaudemet-Tallon, Les Conventions, p. 68; Gaudemet-Tallon, Compétence en Europe, p. 82; GothotHolleaux, La Convention, p. 88; Kropholler, EZPR, p. 259; vgl. HvJ EG 15 november 1983, zaak 288/82, Duijnstee/Goderbauer, Jur. 1983, p. 3663, NJ 1984, 695, r.o. 22.
Struycken, Preadvies NVIR 1978, p. 34.
Rapport Jenard, PbEG, p. C 59/35.
HvJ EG 14 december 1977, zaak 73/77, Sanders/Van der Putte, Jur. 1977, p. 2383, NJ 1978, 654, r.o. 11; HvJ EG 15 november 1983, zaak 288/82, Duijnstee/Goderbauer, Jur. 1983, p. 3663, NJ 1984, 695, r.o. 22.
Rapport Jenard, PbEG, p. C 59/35; Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 304 (juli 2006), p. A-a-409; Gaudemet-Tallon, Les Conventions, p. 68; Gaudemet-Tallon, Compétence en Europe, p. 82.
Struycken, Preadvies NV1R 1978, p. 34, die ook nog het 'Grootboek der Nationale Schuld' noemt.
Strikwerda, Inleiding NIPR, p. 272.
Struycken, Preadvies NVIR 1978, p. 34.
Vgl. art. 22 sub 5 EEX-V°/16 sub 5 Verdrag.
Verheul, Rechtsmacht, Deel 1, p. 84.
Pres. Rb. Breda 20 maart 1992, NIPR 1992, 265.
Kropholler, EZPR, p. 259; anders Rapport Jenard, p. C 59/35.
Partijen kunnen evenmin een forumkeuze overeenkomen voor geschillen betreffende de geldigheid van inschrijvingen in openbare registers. Uitsluitend de gerechten van de EG- c.q. verdragsluitende staat waar de registers worden gehouden zijn volgens art. 22 sub 3 EEX-V°/16 sub 3 Verdrag bevoegd kennis te nemen van dergelijke geschillen.
De ratio is voornamelijk gelegen in het belang van de staat om geschillen over inschrijvingen in deze staat te doen berechten, omdat dergelijke geschillen de openbare orde en het openbaar bestuur raken.1 Struycken wijst ook op het belang om tegenstrijdige beslissingen over inschrijvingen te vermijden.2 Een vergelijkbare bepaling komt ook voor in de wetgeving van de verdragsluitende staten.3 Gelet op deze gronden is het gerecht van de staat van de plaats van inschrijving het meest geschikt om de genoemde geschillen te beslechten met uitsluiting van andere gerechten.4
Openbare registers zijn onder meer het kadaster (inclusief het (scheeps)hypotheekregister), handels-, vennootschappen-, merken- en het scheepsregister.5 Ook de registers krachtens de Wet Assurantiebemiddeling 1952 zijn registers in de zin van deze bepaling.6 Registers van de burgerlijke stand zijn uitgesloten op grond van art. 1 EEX-V°Nerdrag, omdat geschillen over inschrijvingen in deze registers buiten het materiële toepassingsbereik van EEX-V°Nerdrag vallen.7 In Nederland vloeit de relatieve (interne) bevoegdheid betreffende geschillen over inschrijvingen voort uit art. 99 e.v. Rv (algemeen), art. 2: 29 lid 5 BW en art. 28 en 28a Handelsregister-wet.
Een ruime uitleg van het begrip 'inschrijvingen in openbare registers' lijkt enerzijds wenselijk, met name vanwege de Gleichlauf, het risico van tegenstrijdige uitspraken, executieproblemen en de mogelijkheid van (reële) executie van een gerechtelijke uitspraak in de staat waar de uitspraak is gedaan. De bepaling dient mijns inziens anderzijds strikt te worden uitgelegd ten aanzien van de vorderingen die onder deze bepaling vallen. Art. 22 sub 3 EEX-V°/16 sub 3 Verdrag is slechts van toepassing, indien de vordering betrekking heeft op de inschrijving (ongeacht of deze declaratoir of constitutief is)8 of de reële executie van een inschrijving.9 Het onderwerp van de eis moet derhalve een inschrijving, doorhaling of wijziging van de inschrijving in het openbare register betreffen.10 Indien bijv. op straffe van een dwangsom een inschrijving van een zakelijk recht in het kadaster, een vennootschap in het handelsregister of een merk in het merkenregister wordt gevorderd, is de bepaling niet van toepassing.11 De bepaling is evenmin van toepassing, indien de eiser bijv. de nakoming van een overeenkomst vordert in het kader waarvan de verweerder onder meer een inschrijving in een openbaar register moet doen, mits de inschrijving niet bij wijze van reële executie is gevorderd.
Ik verwijs naar par. 16.5.3.2 over zakelijke rechten: nakoming van een koopovereenkomst van onroerend goed valt niet onder art. 22 sub 1 EEX-V°/16 sub 1 Verdrag. De vordering tot inschrijving van de titel van de koop in het kadaster daarentegen wel. Mijns inziens zouden beide bepalingen waar mogelijk gelijk moeten worden geïnterpreteerd. Ik meen dat ook een parallel met art. 22 sub 4 EEX-V°/16 sub 4 Verdrag (en vice versa) dient te worden getrokken: indien de vordering de registratie of de geldigheid van de registratie tot onderwerp heeft, is art. 22 sub 3 EEX-V°/16 sub 3 Verdrag van toepassing. In de overige gevallen gelden de algemene regels en is een forumkeuze toegelaten. Zo vallen evenmin geschillen over de (rechts)gevolgen van inschrijvingen in openbare registers en de rechten die op grond hiervan bestaan onder deze bepaling.12