NJ 1936/51
Oplichting. Bewogen tot afgifte van gratis-vervoerbewijzen voor aardappelen. Bewijs. Niet vereischt, dat op grond van de bewijsmiddelen worde vastgesteld, of de wederrechtelijke bevoordeeling met een benadeeling van een ander correspondeert.
HR 27-05-1935, ECLI:NL:HR:1935:178, m.nt. Prof. Mr. W.P.J. Pompe
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27 mei 1935
- Magistraten
Mrs. Jhr. Feith, Taverne, Schepel, de Menthon Bake en Donner
- Zaaknummer
[27051935/NJ_1936-51]
- Conclusie
Mr. Van Lier
- Noot
Prof. Mr. W.P.J. Pompe
- JCDI
JCDI:ADS162583:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1935:178, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑05‑1935
- Wetingang
(Sr art. 326.)
Essentie
Oplichting. Bewogen tot afgifte van gratis-vervoerbewijzen voor aardappelen. Bewijs. Niet vereischt, dat op grond van de bewijsmiddelen worde vastgesteld, of de wederrechtelijke bevoordeeling met een benadeeling van een ander correspondeert.
Samenvatting
Uit de verklaring van get. Schipper blijkt duidelijk dat deze — kantoorhouder van de Gewestelijke Aardappel Organisatie — door het samenweefsel van verdichtsels en de listige kunstgrepen, in het bewezenverklaarde vervat, tot de afgifte van de bons en vervoerbewijzen is bewogen. De bewering, dat voor exportveevoeder altijd gratis-invoerbewijzen moesten vwrden uitgereikt, kan niet baten, daar het bedrog juist hierin was gelegen, dat de betrokken partij bonken niet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.