Vgl. onder meer HR 5 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1698; HR 22 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:291; HR 6 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2026, NJ 2017/128.
HR, 16-09-2025, nr. 24/03944
ECLI:NL:HR:2025:1306, Cassatie: (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16-09-2025
- Zaaknummer
24/03944
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2025:1306, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑09‑2025; (Cassatie)
In cassatie op: ECLI:NL:GHDHA:2024:2875, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:878
ECLI:NL:PHR:2025:878, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑08‑2025
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2025:1306
- Vindplaatsen
NTS 2025/59
Uitspraak 16‑09‑2025
Inhoudsindicatie
Beschadiging van auto, art. 350.1 Sr. Opgave van bewijsmiddelen a.b.i. art. 359.3 Sv. Kon hof wat betreft motivering van bewezenverklaring van tlgd. het vonnis van Rb, waarin is volstaan met opgave van b.m. a.b.i. art. 359.3 Sv, bevestigen, nu raadsvrouw in hoger beroep vrijspraak heeft bepleit? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Raadsvrouw heeft bij behandeling van zaak in h.b. vrijspraak bepleit t.a.v. tlgd. Hof had het vonnis daarom in zoverre alleen mogen bevestigen met de in art. 423.1 Sv bedoelde aanvulling van gronden, die bestaat uit de in eerste volzin van art. 359.3 Sv bedoelde weergave van inhoud van b.m. Nu hof bedoelde aanvulling van gronden heeft nagelaten, is bewezenverklaring ontoereikend gemotiveerd. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/03944
Datum 16 september 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 21 oktober 2024, nummer 22-001688-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het in de zaak met parketnummer 10-139541-21 onder 2 ten laste gelegde en de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel voert aan dat het hof wat betreft de bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 10-139541-21 ten onrechte heeft volstaan met een opgave van bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359 lid 3 van het Wetboek van Strafvordering, omdat in dat opzicht vrijspraak is bepleit.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 2 tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 10-139541-21 en de strafoplegging met uitzondering van de schadevergoedingsmaatregel in de zaak met parketnummer 10-069143-21;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 september 2025.
Conclusie 26‑08‑2025
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Zware mishandeling (art. 302.1 Sr), mishandeling (art. 300.1 Sr) en beschadiging (art. 350.1 Sr). Bevestiging vonnis met daarin slechts opgave van bewijsmiddelen, terwijl raadsvrouw in hoger beroep vrijspraak heeft bepleit. De conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het in de zaak met parketnummer 10/139541-21 onder 2 ten laste gelegde en de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 24/03944
Zitting 26 augustus 2025
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte
Inleiding
1. Het gerechtshof Den Haag heeft bij arrest van 21 oktober 2024 (parketnummer 22-001688-23) het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 25 mei 2023, waarin de verdachte in de zaak met parketnummer 10/069143-21 is veroordeeld wegens “zware mishandeling” en in de zaak met parketnummer 10/0139541-21 is veroordeeld wegens 1. “mishandeling” en 2. “opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel aan een ander toebehoort, beschadigen”, bevestigd behalve ten aanzien van de strafoplegging. Het hof heeft de verdachte veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, hebben één middel van cassatie voorgesteld.
Het middel
3. Het middel bevat de klacht dat het hof het vonnis van de rechtbank ten aanzien van het in eerste aanleg onder feit 10-139541-21 onder 2 bewezen verklaarde heeft bevestigd zonder de in artikel 423 lid 1 Sv bedoelde aanvulling van gronden, die bestaat uit de in de eerste volzin van artikel 359 lid 3 Sv bedoelde weergave van de inhoud van bewijsmiddelen.
De relevante processuele feiten
4. De rechtbank heeft in de zaak met parketnummer 10/0139541-21 ten laste van de verdachte onder 2 bewezen verklaard dat:
“hij, op 22 februari 2021 te Rotterdam, opzettelijk en wederrechtelijk een auto, die geheel aan [aangeefster], toebehoorde heeft beschadigd.”
5. Het vonnis van de rechtbank houdt onder meer in (met weglating van een verwijzing):
“4.2. Bewijswaardering 10/139541-21
Het in de zaak met parketnummer 10/139541-21 ten laste gelegde is door de verdachte deels bekend. Hij bekent dat hij op de datum en plaats zoals genoemd in de tenlastelegging aanwezig was en onenigheid met de aangeefster heeft gehad, waarbij hij tegen de auto van aangeefster heeft geschopt. Er is op dit punt geen tot vrijspraak strekkend verweer gevoerd. Dit maakt dat het onder 2 ten laste gelegde zonder nadere motivering en met een opgave van bewijsmiddelen bewezen kan worden.
(…)
In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de in parketnummer 10/139541-21 onder 2 (…) ten laste gelegde feiten heeft begaan.
(…)
Bijlage III
Opgave van bewijsmiddelen parketnummer 10/139541-21, onder 2
1. De verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 11 mei 2023;
2. Het proces-verbaal van politie, Eenheid Rotterdam, nummer 2021056811-2 (…), inhoudende de verklaring van aangeefster.”
6. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 7 oktober 2024 houdt onder meer in:
“De verdachte wordt in de gelegenheid gesteld zijn bezwaren tegen het vonnis op te geven. Hij geeft op ten onrechte te zijn veroordeeld.
De voorzitter deelt mondeling mede de korte inhoud van de stukken van het voorbereidend onderzoek en alle overige stukken van onderzoek, voor zover van belang met het oog op enige door het hof te nemen beslissing.
Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 10-139541-21 onder 1 en 2 tenlastegelegde
(…)
De voorzitter toont vervolgens de camerabeelden met bestandsnaam [bestandsnaam 1].mp4. De verdachte verklaart op vragen van de voorzitter:
(…) Bij 00:58 geef ik volgens mij een schop tegen, de auto van de aangeefster. In zo’n situatie word ik helemaal boos en gek. U zegt mij dat op de beelden is te zien dat er na het geven van de schop een deuk in de zijkant van de auto, zat, die er vóór het geven van de schop nog niet zat. Men kan van alles zeggen. Ik heb de auto geschopt, maar ik heb de aangeefster niet geslagen. (…)
(…)
De raadsvrouw voert het woord tot verdediging overeenkomstig haar overgelegde en in het procesdossier gevoegde pleitnotitie. In aanvulling daarop vraagt zij het hof om de vordering tot gevangenneming af te wijzen.”
7. De pleitnotitie houdt onder meer in:
“Auto mishandeling
Grief:
Mijn client is ten onrechte is veroordeeld. Ik wil namens cliënt het volgende opmerken.
(…)
Bumper auto
Mijn client heeft dan wel, blijkt uit videobeelden, de bumper geraakt met zijn voet, maar een bumper is gemaakt om klappen op te vangen. Een trap van een voet zou geen schade achterlaten. De aangeefster heeft ook verteld dat zij al, op de plek waar mijn client met zijn voet de auto raakte, al schade had.
(…)
Gelet op datgene wat ik heb medegedeeld namens cliënt verzoek ik u:
Primair -> Vrijspraak; Mijn cliënt vrij te spreken van het ten laste gelegde.”
8. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank wat betreft de bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 10/139541-21 onder 2 ten laste gelegde bevestigd zonder aanvulling van gronden.
De bespreking van het middel
9. De raadsvrouw van de verdachte heeft bij de behandeling van de zaak in hoger beroep vrijspraak bepleit ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 10/139541-21 onder 2 ten laste gelegde. Het hof had het vonnis daarom in zoverre alleen mogen bevestigen met de in artikel 423 lid 1 Sv bedoelde aanvulling van gronden, die bestaat uit de in de eerste volzin van artikel 359 lid 3 Sv bedoelde weergave van de inhoud van de bewijsmiddelen. Nu het hof de bedoelde aanvulling van gronden heeft nagelaten, is de bewezenverklaring ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 10/139541-21 onder 2 ten laste gelegde ontoereikend gemotiveerd.1.
10. Het middel slaagt.
Slotsom
11. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
12. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het in de zaak met parketnummer 10/139541-21 onder 2 ten laste gelegde en de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 26‑08‑2025