V-N Vandaag 2025/2562
Mogelijk voldoende bewijs inzake opzettelijk onjuist indienen van BTW-aangiften
HR 19-12-2025, ECLI:NL:HR:2025:1961
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 december 2025
- Zaaknummer
23/04352
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Facturering en administratie
Fiscaal procesrecht / Bewijs
Fiscaal bestuursrecht / Boete
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1961, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑12‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 19‑12‑2025
- Wetingang
Art. 67f AWR
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de essentiële stelling van inspecteur over het door de DGA niet-tijdig aanleveren van stukken aan de intermediair ten onrechte niet heeft behandeld.
Samenvatting
X BV exploiteert een groothandel in chemische grondstoffen. Haar DGA stelt de facturen zelf op, maar de BTW-aangiften worden ingediend door een intermediair. In 2014 is er in tegenstelling tot vorige jaren geen BTW afgedragen. De meeste aangiften zijn nihilaangiften en er worden teruggaven geclaimd. Na een boekenonderzoek volgt een naheffing met een vergrijpboete. Rechtbank Zeeland-West-Brabant verlaagt de boete wegens het overschrijden van de redelijke termijn tot € ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.