De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/5.1:5.1 Inleiding
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS364825:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit hoofdstuk gaat over de betekenis van het recht op ongestoord genot van eigendom van art. 1 EP voor het enquêterecht. Het borduurt voort op hetgeen in par. 4.3.2.2 werd uiteengezet over de doorwerking van art. 1 EP in de deelrechtsorde en de wijze waarop de ondernemingskamer moet omgaan met de verplichtingen van de Staat uit hoofde van art. 1 EP.
Dit hoofdstuk begint met een kort overzicht van wat het recht op ongestoord van eigendom inhoudt (par. 5.2.1) en wat de toegevoegde waarde daarvan is voor het enquêterecht (par. 5.2.2). Vervolgens maakt par. 5.3 inzichtelijk wanneer art. 1 EP van toepassing is bij het treffen van (onmiddellijke) voorzieningen. Aan de orde komt wat moet worden verstaan onder een eigendomsrecht in de zin van art. 1 EP en in welke gevallen dat recht in het gedrang kan komen bij het treffen van (onmiddellijke) voorzieningen. Par. 5.4 beschrijft de drie voorwaarden die gelden bij het treffen van (onmiddellijke) voorzieningen, als art. 1 EP van toepassing is. Par. 5.5 gaat in op de vraag welke (overige) bescherming het privaatrecht van een EVRM-lidstaat moet bieden tegen aantasting van eigendom (door de Staat of door derden).