De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/8.1:8.1 Opbouw
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/8.1
8.1 Opbouw
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS366040:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie de conclusie van A-G Timmerman bij 14 december 2007, NJ 2008, 105 m.nt. Maeijer, JOR 2008/11 m.nt. Doorman (DSM), randnummer 3.67 en r.o. 3.6 van deze beschikking.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het is in de juridische literatuur gebruikelijk om de enquêteprocedure in chronologische volgorde te bespreken, dat wil zeggen om te beginnen bij fase 1 en te eindigen bij fase 4. Dat brengt mee dat eerst de onmiddellijke voorzieningen worden besproken (die immers reeds in fase 1 kunnen worden getroffen) en pas daarna de eindvoorzieningen (die pas in fase 4 kunnen gelden). In een betoog dat toegespitst is op (onmiddellijke) voorzieningen is het echter logischer om de eindvoorzieningen eerst te bespreken. Onmiddellijke voorzieningen zijn namelijk, zoals hierna nader zal worden toegelicht, tijdelijke ordemaatregelen die worden getroffen in afwachting van het moment dat eindvoorzieningen getroffen kunnen worden.1 Nadat de (onmiddellijke) voorzieningen zijn besproken kom ik toe aan het bespreken van het regelen van de gevolgen van (onmiddellijke) voorzieningen. Tot slotte wordt ingegaan op hoe partijperikelen de (rechts)gevolgen, die met (onmiddellijke) voorzieningen kunnen worden bereikt, beperken (par. 8.7). Eerst wordt stilgestaan bij de vrijheid van de ondernemingskamer om (onmiddellijke) voorzieningen te treffen en het verbod van willekeur (par. 8.2).