NJB 2015/648
Aantekening mondeling vonnis politierechter, art. 378 lid 2 Sv: de aantekening dient ingevolge voornoemde bepaling te voldoen aan de eisen van de Regeling aantekening mondeling vonnis van 2 oktober 1996 (Stcrt. 1996, 197). Niet juist is de opvatting dat in de aantekening van het mondeling vonnis wat betreft de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen slechts in het geval als bedoeld in de art. 359 lid 3 tweede volzin Sv (bekennende verdachte) mag worden verwezen naar de processtukken
HR 17-03-2015, ECLI:NL:HR:2015:602
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
17 maart 2015
- Magistraten
Mrs. A.J.A. van Dorst, N. Jörg, V. van den Brink
- Zaaknummer
13/03205
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2015:602, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 17‑03‑2015
ECLI:NL:PHR:2015:99, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 06‑01‑2015
Beroepschrift, Hoge Raad, 14‑01‑2014
- Wetingang
Essentie
Aantekening mondeling vonnis politierechter, art. 378 lid 2 Sv: de aantekening dient ingevolge voornoemde bepaling te voldoen aan de eisen van de Regeling aantekening mondeling vonnis van 2 oktober 1996 (Stcrt. 1996, 197). Niet juist is de opvatting dat in de aantekening van het mondeling vonnis wat betreft de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen slechts in het geval als bedoeld in de art. 359 lid 3 tweede volzin Sv (bekennende verdachte) mag worden verwezen naar de processtukken
Uitspraak
Inleiding:
In het door het hof bevestigde vonnis van de politierechter is ten laste van de verdachte – kort ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.