De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/6.1:6.1 Inleiding
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/6.1
6.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS369991:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II, 2005/06, 30 419, nr. 3, p. 24, nr. 8, p. 30 en Kamerstukken I, 2006/07, 30 419, C, p. 1-2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Samenwerking met het doel overwegende zeggenschap te verwerven of een aangekondigd openbaar bod te dwarsbomen leidt tot een biedplicht. In de hiernavolgende hoofdstukken komt uitgebreid aan de orde wanneer sprake is van overwegende zeggenschap of het dwarsbomen van een bod (hoofdstuk 7 en 8). In dit hoofdstuk zal het doel van de samenwerkende partijen als criterium voor het ontstaan van de biedplicht geanalyseerd worden. Dit “doelcriterium” is het belangrijkste element uit de acting in concert-definitie; in de parlementaire geschiedenis is herhaaldelijk benadrukt dat het van het doel van de samenwerking zal afhangen of de samenwerking kwalificeert als handelen in onderling overleg.1 Eerst analyseer ik de geschiktheid van het doelcriterium als onderscheidend criterium (§ 6.2). Vervolgens bespreek ik enkele toepassingsvragen rond het doelcriterium (§ 6.3). Daarna komt uitgebreid aan de orde hoe het doel van de samenwerking moet worden vastgesteld (§ 6.4).