Prg. 2015/193
De wrakingsgronden die bij het wrakingsverzoek in overleg met verzoeker in het proces-verbaal zijn opgenomen, zijn leidend en dus niet de aanvullende grond die verzoeker op de wrakingszitting naar voren brengt.
Rb. Oost-Brabant 09-04-2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:3022
- Instantie
Rechtbank Oost-Brabant (Wrakingskamer)
- Datum
9 april 2015
- Magistraten
Mrs. J.W. Brunt, A.G.A.M. van de Ven, J.H. Wiggers
- Zaaknummer
WR 15/006
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBOBR:2015:3022, Uitspraak, Rechtbank Oost-Brabant (Wrakingskamer), 09‑04‑2015
- Wetingang
Essentie
Procesrecht. Mocht verzoeker zijn wrakingsgronden in proces-verbaal zitting naderhand in tweede wrakingszitting nog aanvullen?
Nee. Wrakingsgronden zijn in overleg met verzoeker in proces-verbaal opgenomen en dat is leidend, niet hetgeen verzoeker daarna nog naar voren brengt.
Samenvatting
Verzoeker verzoekt wraking van de leden van de wrakingskamer, omdat de schijn van een niet rechtvaardig proces is gewekt. Er is immers geen proces-verbaal van de zitting in de hoofdzaak aanwezig, bij de mondelinge behandeling van het eerste wrakingsverzoek is de gemachtigde van wederpartij verschenen en verzoeker heeft geen inzicht gekregen in de zittingsaantekeningen van die zitting. Een vierde wrakingsgrond is volgens ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.