NJ 1947/139
Terugvordering, als onverschuldigd betaald, van gelden, waarvan de betaling een onrechtmatige daad was.
HR 19-12-1946, ECLI:NL:HR:1946:47, m.nt. Prof. E. M. Meijers
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 december 1946
- Magistraten
Mrs. Nypels, Meckmann, van der Flier, Losecaat Vermeer en Smits
- Zaaknummer
[191946/NJ_1947-139]
- Conclusie
Mr. Rombach
- Noot
Prof. E. M. Meijers
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS165320:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1946:47, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑12‑1946
- Wetingang
(BW art. 1389, 1395-1400.)
Essentie
Terugvordering, als onverschuldigd betaald, van gelden, waarvan de betaling een onrechtmatige daad was.
Samenvatting
De stelling van het middel, dat de artt. 1395—1400 B. W. uitsluitend zouden handelen over de verbintenissen uit de wet. voortvloeiende uit door menschen verrichte rechtmatige daden, vindt noch in art. 1389 noch in de geschiedenis van de totstandkoming van het B. W. steun.
Partij(en)
B. J. Mol, wonende te ‘s-Gravenhage, eischer tot cassatie van een door het Gerechtshof aldaar op 21 Februari 1946 (N. J. No. 292) tusschen partijen gewezen arrest, adv. Mr. K. van Rijckevorsel.
tegen:
A. J. Verbove, wonende te ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.