Executele
Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/II.A.8:II.A.8. De 'oude' handboeken in de 'rebound'. Een gemiste kans?
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/II.A.8
II.A.8. De 'oude' handboeken in de 'rebound'. Een gemiste kans?
Documentgegevens:
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS409355:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
ASSER-PERRICK 6B, Erfrecht en Schenking, Deventer: Kluwer 2005, nrs. 506-533,KLAASSEN-LUIJTEN-MEIJER, Erfrecht, Deventer: 2002, nrs. 342-391, PITLO/VAN DER BURGHT, EBBEN, Erfrecht, Deventer: Kluwer 2004, nrs. 431-444.
De wettelijke regeling geeft niet het antwoord op 'alle' vragen. Indien de species zwijgt, is het moment aangebroken dat men gebruik maakt van de 'ware aard' van een rechtsfiguur.
Daar komt bij dat de erfgenamen onder omstandigheden het beheer van de executeur kunnen beëindigen, art. 4:150 lid 2 BW.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het nieuwe erfrecht was in de 'nieuwe drukken' van de klassieke drie erfrechtelijke handboeken1 geen aanleiding voor de klassieke doctrine om de ingenomen standpunten met betrekking tot de aard van executele te wijzigen.
Wat de gedachte van toepassing van het beginsel van lastgeving op execu-tele betreft, hebben we in het begin van dit hoofdstuk gezien, bij de behandeling van de doctrine onder het oude erfrecht, dat schrijvers zoals Luijten moeite hadden met deze gedachte en dit dan ook stellig afwezen. Een van de redenen was dat de functie niet gebaseerd was op een overeenkomst. Dit is mijns inziens op te lossen met de 'quasi-lastgevingsgedachte', zoals hierboven behandeld. Het feit dat een der partijen is overleden maakt de aard van de rechtsfiguur en de daaraan verbonden 'spelregels' als zodanig niet anders. Het moment waarop en de persoon waarbij de binding ontstaat, maakt de verbintenissen die daaruit voortspruiten ook niet anders. De ware aard van de genus kan intact blijven. Dit heeft alleen consequenties voor de vormvoorschriften of ruimer geformuleerd: de verbintenissen worden gegrepen door de specieswerking van het erfrechtelijk gesloten stelsel. Gesloten wil echter niet zeggen dat er geen aanvulling meer mogelijk is op grond van de regels van de genus.2 In een speciesregeling is immers veelal alleen het hoognodige geregeld.Voorts bestaan er ook in een gesloten stelsel in de wet allerlei 'ten-zij-tjes' waarmee aangegeven wordt dat testamentair maatwerk mogelijk is.
Een ander probleem volgens Luijten was dat een erfgenaam de opdracht van de executeur niet kon herroepen en derhalve nooit sprake zou kunnen zijn van lastgeving. Dit 'probleem' is echter met de invoering van het 'nieuw' Burgerlijk Wetboek geen probleem meer, aangezien blijkens art. 7:422 lid2 BW de last 'onherroepelijk' kan worden gemaakt.3
Ook Van der Burght en Perrick wezen, zoals gezien in het begin van dit hoofdstuk op de herroepelijkheid van de lastgeving als reden dat lastgeving niet aanwezig zou zijn. Perrick wees, zoals gezien, ook op het ontbreken van het privatieve karakter van onherroepelijke volmacht. Ook dit is met het beginsel van privatieve lastgeving ondervangen, aldus art. 7:423 BW.