De beursvennootschap, corporate governance en strategie
Einde inhoudsopgave
De beursvennootschap, corporate governance en strategie (IVOR nr. 120) 2020/3.5:3.5 Conclusie
De beursvennootschap, corporate governance en strategie (IVOR nr. 120) 2020/3.5
3.5 Conclusie
Documentgegevens:
mr. S.B. Garcia Nelen, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. S.B. Garcia Nelen
- JCDI
JCDI:ADS232631:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie in dezelfde zin: par. 3.6 concl. A-G Timmerman bij HR 13 juli 2007, NJ 2007/434, m.nt. J.M.M. Maeijer, JOR 2007/178, m.nt. M.P. Nieuwe Weme (ABN AMRO). Timmerman merkt hier terecht op: “In die filosofie is er weinig behoefte aan dwingende bevoegdheden van de aandeelhoudersvergadering.”
De Jongh 2019, par. 4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De NV functioneert als een zelfstandig rechtssubject waarin het bestuur en AV autonoom opereren, elk op hun eigen bevoegdheidsterrein. Deze organen bevinden zich in een redelijkheid- en billijkheidsverhouding ten opzichte van de institutioneel betrokkenen als bedoeld in artikel 2:8 BW. De aandeelhouders hebben in de organisatie van de NV een dubbele rol: zij vormen gezamenlijk een orgaan (de AV) en hebben daarnaast als individuele aandeelhouders een verhouding tot de NV. Die dubbele rol vertaalt zich in verschillende uitingen: aandeelhouders kunnen gezien worden als vennoot en als belegger.
Aandeelhouders hebben geen recht op de winst van de NV. Zij kunnen doorgaans wel aanspraak maken op een redelijk dividend. De NV is als vennootschapsvorm ook typologisch niet langer (slechts) gericht op het maken van winst, maar op het bevorderen van haar eigen bestendige succes en het creëren van waarde op de lange termijn voor de NV en haar onderneming. Om dit doel te realiseren wordt door het bestuur een beleid en een strategie bepaald. De AV heeft hierop geen invloed, behalve voor zover haar die aan haar is toegekend in de wet en de statuten van de NV. Het bestuur hoeft de AV hierin vooraf ook niet te betrekken, maar dient wel achteraf verantwoording af te leggen aan de AV. De AV heeft een wettelijke restbevoegdheid die haar alle macht toekent die niet aan andere organen is toebedeeld. Gezien de uitdijende bestuurstaak is het begrip ‘strategie en beleid’ als restbevoegdheid gaan fungeren en komt de AV in de praktijk geen restbevoegdheid meer toe.
Voor de beursvennootschap zijn enkele voor de interne machtsverhoudingen relevante kenmerken te ontwaren. Ten eerste functioneert de beursvennootschap in de praktijk als hoofd van een concern dat grotendeels onafhankelijk van haar aandeelhouders opereert met het bestuur als centrale leiding. De bestuursautonomie is bij de beursvennootschap nadrukkelijker aanwezig dan bij de niet-beursgenoteerde NV omdat veelal sprake is van een wijdverspreid aandeelhoudersbestand dat grotendeels bestaat uit slechts marginaal bij de onderneming betrokken beleggers. De beursvennootschap heeft in die zin dan ook een voortdurende relatie met de kapitaalmarkt in het algemeen en enkele grootaandeelhouders in het bijzonder. De AV als bijeenkomst van aandeelhouders speelt bij de beursvennootschap inhoudelijk geen grote rol bij de totstandkoming van besluitvorming, nu de voorgestelde besluiten veelal vooraf worden besproken tussen de relevante aandeelhouders en het bestuur en daarover ook vooraf wordt gestemd. De beursvennootschap heeft een wijdvertakte organisatie met verantwoordelijkheden naar een grote verscheidenheid aan stakeholders, wier belangen worden meegewogen in de besluitvorming van het bestuur over de organisatie en strategie van de beursvennootschap. Ook uitgebreide en veelomvattende regelgeving en vergaande internationalisering hebben nadrukkelijke invloed op het speelveld waarin de beursvennootschap opereert.
Opmerkelijk is dat in de Verenigde Staten de AV en aandeelhouders betrekkelijk weinig rechten hebben in vergelijking met de AV en aandeelhouders in Nederland. Mogelijk is dat het geval omdat in de Verenigde Staten de board of directors zich al richt op de belangen van aandeelhouders, terwijl dat in Nederland primair niet het geval is.1 In Nederland zullen aandeelhouders om die reden meer behoefte kunnen hebben aan bevoegdheden die hen in staat stellen hun eigen belangen te beschermen. Aan de andere kant kan dit verschil historisch gezien niet de reden zijn geweest voor de totstandkoming van de divergentie in aandeelhoudersbevoegdheden tussen Nederland en de Verenigde Staten. Het Nederlandse vennootschapsrecht kent al sinds de Wet van 1929 belangrijke bevoegdheden toe aan aandeelhouders (al dan niet via de AV), terwijl de wet destijds impliciet ervan uitging dat het handelen van bestuurders moest zijn gericht op het belang van de (gezamenlijke) aandeelhouders.2 Het is dus niet zo dat aandeelhouders meer rechten toegekend hebben gekregen nadat (of omdat) de bestuurders zich moesten gaan richten op het vennootschappelijk belang. Wel kan het feit dat aandeelhouders over deze rechten beschikken er mede toe hebben geleid dat aandeelhouders accepteerden dat bestuurders zich op enig moment gingen richten op het vennootschappelijk belang. Daarmee bedoel ik dat die belangenverbreding aandeelhouders er niet van heeft weerhouden te investeren in Nederland, omdat zij over bevoegdheden bleven beschikken die het mogelijk maakten om aan de ‘noodrem’ te trekken wanneer dat nodig mocht zijn. Oorzakelijkheid is hier echter lastig te duiden. Ook regulering door de SEC en het gemak waarmee aandeelhouders over kunnen gaan tot het starten van juridische procedures, kunnen in de Verenigde Staten een belangrijke rol spelen als instrumenten tot het controleren van het bestuur.