Einde inhoudsopgave
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/1.2.1
1.2.1 Afbakening en terminologie
mr. drs. G.T. Baak, datum 11-12-2019
- Datum
11-12-2019
- Auteur
mr. drs. G.T. Baak
- JCDI
JCDI:ADS183443:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld Van Velzen 2017, p. 32. In dit boek gebruik ik zowel de aanduiding ‘coassurantiemarkt’ als ‘zakelijke verzekeringsmarkt’. Ik bedoel daarmee geen verschillende markten.
Een andere schrijfwijze voor coassurantie is co-assurantie. Beiden worden gehanteerd in de literatuur. Ik kies in dit boek voor de schrijfwijze coassurantie.
Een makelaar die risico’s op de beurs onderbrengt, wordt in de literatuur ook beursmakelaar genoemd. Zie bijvoorbeeld Van Velzen 2017, p. 14; Asser/Wansink, Van Tiggele & Salomons 7-IX* 2019/118 en Kamphuisen, Het Verzekerings-Archief 1990, p. 269. Ik gebruik in dit boek de term ‘makelaar’ voor de tussenpersoon die in opdracht van de verzekeringnemer een risico op de beurs, al dan niet in coassurantie, onderbrengt.
Het hiervoor geïntroduceerde onderzoeksthema dat in dit boek centraal staat, is ‘mededinging en verzekering’. Omdat dit thema in zichzelf (te) omvangrijk is, is ervoor gekozen het onderwerp op een aantal manieren af te bakenen.
In de eerste plaats is het onderwerp afgebakend doordat ervoor is gekozen om niet de toepassing van het gehele mededingingsrecht te onderzoeken, maar de focus te leggen bij het kartelverbod en het verbod op misbruik van een economische machtspositie. De reden daarvoor is dat samenwerking in de verzekeringssector een sleutelelement is, waardoor de meeste vragen en onduidelijkheden bestaan bij de toepassing van het kartel- en misbruikverbod. Minder aandacht gaat daarom uit naar de mededingingsregels met betrekking tot het toezicht op voorgenomen fusies en overnames, en het verbod op staatsteun.
Een tweede afbakening van het onderwerp is de keuze om mededingingsvraagstukken te beperken tot de context van de zakelijke verzekeringsmarkt in Nederland. Deze markt wordt in de literatuur en in de praktijk vaak aangeduid met de benaming ‘coassurantiemarkt’.1 Juist omdat de risico’s die op deze markt worden ondergebracht vaak te groot of complex zijn om door één verzekeraar te kunnen worden gedragen, komt het verschijnsel van coassurantie in beeld. Ook poolconstructies – in wezen een bepaalde vorm van coassurantie – spelen, althans in Nederland, een belangrijke rol. Teneinde een goed begrip van de materie mogelijk te maken zal ik deze twee begrippen hier definiëren.
Coassurantie, ook wel aangeduid als medeverzekering, is een vorm van risicospreiding die gebaseerd is op het als verzekeraar dragen van (niet meer dan) een deel van een risico.2 De tussenpersoon – binnen de Nederlandse zakelijke verzekeringsmarkt is dat de (beurs)makelaar – brengt het (groot) zakelijk risico dat de klant wil verzekeren onder bij een aantal verzekeraars die ieder voor een deel tekenen.3 Coassurantie is daarmee een verzekeringstechniek die wordt aangewend om risico’s te verzekeren die te groot of te complex zijn om geheel door één verzekeringsmaatschappij gedragen te kunnen worden. De verzekering in coassurantie vindt in de praktijk gewoonlijk plaats op de zakelijke verzekeringsmarkt. Het hoeft als gezegd niet altijd zo te zijn dat risico’s op deze markt door middel van coassurantie worden verzekerd. Een risico kan ook voor 100 procent door één verzekeraar worden gedragen. Ook kan het voorkomen dat verzekeringen buiten de assurantiebeurs om via een makelaar, assurantietussenpersoon of gevolmachtigde, al dan niet door middel van een aanbesteding, in coassurantie worden verzekerd. In de regel worden de risico’s in coassurantie echter via de assurantiebeurs verzekerd.
Een tweede begrip dat goed is om op deze plaats te definiëren, is het begrip pools. In een pool worden risico’s door een groep verzekeraars (her)verzekerd tegen vooraf besproken voorwaarden. Het gaat dus om een samenwerkingsverband van verzekeraars voor het verzekeren van een bepaalde categorie risico’s. Zo kan een pool worden gevormd voor de verzekering van de schade als gevolg van een terroristische aanslag. Te denken valt ook aan een pool die wordt opgericht voor de verzekering van (toekomstige) schade als gevolg van klimaatverandering. In een pool wordt afgesproken dat ieder van de in een pool deelnemende verzekeraars (de poolleden) een gedeelte van het in de pool te (her)verzekeren risico op zich neemt. Daarmee is in de kern sprake van een vorm van coassurantie. Het verschil met coassurantie is dat een pool wordt opgezet om zelfstandig deel te nemen aan het economische verkeer terwijl de samenwerking bij coassurantie anders een ad hoc-karakter heeft.
Zowel coassurantie als pooling wordt dus gebruikt om grote, dikwijls moeilijk te voorspellen, risico’s te verzekeren. Het gaat daarmee voornamelijk om schadeverzekeringen. Dat betekent dat levensverzekeringen buiten de reikwijdte van het onderzoek vallen. Ook mededinging in de zorgverzekeringsmarkt valt buiten de reikwijdte van dit onderzoek. Dat onderwerp rechtvaardigt een afzonderlijke studie. Tenslotte heb ik mij in dit onderzoek in beginsel beperkt tot mededingingsrechtelijke vraagstukken die spelen op de Nederlandse zakelijke verzekeringsmarkt. Daarmee is de Europese en internationale dimensie niet uit het oog verloren. Risico’s die in coassurantie of pools worden verzekerd zijn vaak grensoverschrijdend en er kunnen daarom verzekeraars uit meerdere landen bij betrokken zijn.
Het bovenstaande laat zien dat het thema ‘mededinging en verzekering’ op verschillende manieren is afgebakend en verduidelijkt. Dat brengt mij tot de bespreking van de onderzoeksvraag die in dit boek centraal staat. Ik licht deze in de volgende paragraaf toe.