NJ 1913, p. 865
HR, 27-06-1913
HR 27-06-1913, ECLI:NL:HR:1913:136
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27 juni 1913
- Magistraten
Voorzitter: Jhr. Mr. S. Laman Trip. Raadsheeren: Mrs. S. Gratama, J. H. van Goor, C. Krabbe en A. P. L. Nelissen.
- Zaaknummer
[27061913./NJ_1913,_p._865]
- Conclusie
Mr. J. J. L. van Hangest baron d'Yvoy
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1913:136, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑06‑1913
- Wetingang
Samenvatting
Nu de wet het optreden van rechtspersonen in het geding aanneemt, en deze niet anders dah door natuurlijke personen aan het rechtsleven kunnen deelnemen, moet worden aangenomen, dat de directeur eener in het geding zijnde naaml, vennootschap, aan wien door de Rechtbank het afleggen van den aanvullenden eed is gelast, op de plaats der eigenlijke partij is gesteld. Door de verklaring van dien directeur als getuige te gebruiken tot samenstelling van het bewijs om daarop de oplegging van den aanvullenden eed te doen steunen, heeft de Rechtbank recht gedaan op onwettig bewijs, daar naar ons procesrecht een partij niet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.