WR 2020/40
Ontbinding en ontruiming – woonruimte: maatstaf bij toetsing buitengerechtelijke ontbinding na burgemeesterssluiting; maatstaven van redelijkheid en billijkheid; proportionaliteit
Hof Den Haag 03-09-2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:2322
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
3 september 2019
- Magistraten
Mrs. A. Dupain, M.A.F. Tan-de Sonnaville, G. Dulek-Schermers
- Zaaknummer
200.250.851/01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Huurrecht / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Overheid en privaatrecht
Huurrecht / Huur van woonruimte
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2019:2322, Uitspraak, Hof Den Haag, 03‑09‑2019
- Wetingang
Essentie
Ontbinding en ontruiming – woonruimte: maatstaf bij toetsing buitengerechtelijke ontbinding na burgemeesterssluiting; maatstaven van redelijkheid en billijkheid; proportionaliteit
Samenvatting
Verhuurster heeft de huurovereenkomst op grond van art. 7:231 lid 2 BW buitengerechtelijk ontbonden. Voor de beoordeling van de primaire vordering, een verklaring voor recht dat de huurovereenkomst buitengerechtelijk is ontbonden, behoeft alleen de vraag te worden beantwoord of verhuurster terecht van die bevoegdheid gebruik heeft gemaakt. Dat betekent dat niet de tenzij-clausule van art. 6:265 lid 1 BW moet worden toegepast, maar de toets van art. 6:248 lid 2 BW: is het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.