NJB 2018/2060
Wet Bopz. De rechtbank verleent een voorlopige machtiging tot verblijf in een inrichting voor verstandelijk gehandicapten. Hoge Raad: Arts voor verstandelijk gehandicapten. In cassatie kan veronderstellenderwijs ervan worden uitgegaan dat de diagnose het ‘eigen deskundigheidsterrein’ van de arts voor verstandelijk gehandicapten te buiten gaat
HR 02-11-2018, ECLI:NL:HR:2018:2046
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
2 november 2018
- Magistraten
Mrs. A.M.J. van Buchem-Spapens, C.E. du Perron, M.J. Kroeze
- Zaaknummer
18/03345
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht / Bijzondere onderwerpen
Personen- en familierecht / Bescherming meerderjarige
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:2046, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 02‑11‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:1228, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 07‑09‑2018
- Wetingang
(art. 1 lid 1 onder h, art. 1 lid 6 Wet Bopz)
Essentie
Wet Bopz. De rechtbank verleent een voorlopige machtiging tot verblijf in een inrichting voor verstandelijk gehandicapten. Hoge Raad: Arts voor verstandelijk gehandicapten. In cassatie kan veronderstellenderwijs ervan worden uitgegaan dat de diagnose het ‘eigen deskundigheidsterrein’ van de arts voor verstandelijk gehandicapten te buiten gaat
Partij(en)
Betrokkene, adv. mr. G.E.M. Later, vs. de officier van justitie, niet verschenen.
Uitspraak
Feiten en procesverloop
Betrokkene verbleef in een inrichting voor verstandelijk gehandicapten.
In dit geding heeft de rechtbank op verzoek van de officier van justitie een voorlopige machtiging verleend.
Hoge Raad
Het middel betoogt dat het aan de geneeskundige ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.