Gewogen rechtsmacht in het IPR
Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/4.1:4.1 Inleiding
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/4.1
4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS431777:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het vorige hoofdstuk is aandacht besteed aan de positie van het Nederlandse forum non conveniens-leerstuk in de per 1 januari 2002 geldende wettelijke regeling inzake de commune rechtsmacht van de Nederlandse rechter (art. 1-14 Rv). Het forum non conveniens is daarin nog slechts te vinden in art. 4 lid 3 sub b Rv. Deze op het belang van het kind geënte bepaling neemt rechtsmacht ter zake van de nevenvoorzieningen tot gezag en omgangsrecht weg, die de Nederlandse rechter uit hoofde van zijn echtscheidingsbevoegdheid in beginsel toekomt.
Het forum conveniens vormt het spiegelbeeld van het forum non conveniens. Waar het forum non conveniens rechtsmacht wegneemt, schept het forum conveniens juist rechtsmacht. Ondanks het ontbreken van een in de wet genoemd specifiek aanknopingspunt, heeft de Nederlandse rechter in commune gevallen toch rechtsmacht indien de zaak voldoende met de rechtssfeer van Nederland is verbonden. Deze Nederlandse forum conveniens-variant verschaft de rechter in verzoekschriftprocedures een discretionaire bevoegdheid om van geval tot geval te bepalen of, gelet op de binding van de zaak met Nederland, de uitoefening van rechtsmacht is gerechtvaardigd. Bij voldoende binding verklaart hij zich als een geschikt forum bevoegd.
In het Nederlandse commune bevoegdheidsrecht is een forum conveniens-variant als algemene regel terug te vinden in art. 3 sub c Rv. Op grond van deze bepaling verklaart de Nederlandse rechter zich in zaken die bij verzoekschrift moeten worden ingeleid als een forum conveniens bevoegd, indien de zaak 'anderszins voldoende met de rechtssfeer van Nederland verbonden is.' Verder is het forum conveniens in een bijzondere vorm terug te vinden in art. 5 Rv. In het algemeen geldt dat de Nederlandse rechter in zelfstandige zaken betreffende ouderlijke verantwoordelijkheid onbevoegd is als het kind zijn gewone verblijfplaats in het buitenland heeft. Art. 5 Rv maakt hierop een uitzondering voor de gevallen waarin de Nederlandse rechter zich wegens de verbondenheid van de zaak met de Nederlandse rechtssfeer in staat acht het belang van het kind naar behoren te beoordelen.