Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement
Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/5.2.1:5.2.1 Inleiding
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/5.2.1
5.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192615:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
185. Om een WHOA-akkoord aan te bieden is geen voorafgaande rechterlijke toestemming of machtiging nodig. In eenvoudige gevallen zal de Nederlandse rechter het akkoord pas onder ogen krijgen wanneer er al over gestemd is. Deze benadering is in lijn met de Herstructureringsrichtlijn. De situatie is echter wezenlijk anders in het Amerikaanse systeem. Ook in het Verenigd Koninkrijk is een gang naar de rechter in een vroeg stadium verplicht. De rol die de rechter bij aanvang van het pre-insolventieakkoordproces heeft, komt in §5.2.2 aan de orde. In §5.2.3 staat het pre-insolventiecriterium dat vervat is in de WHOA centraal en wordt dit vergeleken met de Amerikaanse, Europese en Engelse benadering ter zake van de insolventietoets. In §5.2.4 komt de keuze tussen de openbare en de besloten akkoordprocedure aan bod. Ten slotte passeren in §5.2.5 enkele andere randvoorwaarden de revue, zoals het type schuldenaar dat een pre-insolventieakkoord kan aanbieden, de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en het ontbreken van een goede trouw- en levensvatbaarheidstoets. Ten slotte komt aan de orde in hoeverre schuldenaren meerdere keren achter elkaar gebruik kunnen maken van de pre-insolventieakkoordregeling.