Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/16.5.2.4
16.5.2.4 Consumentenovereenkomsten en voorlopige voorzieningen
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS413166:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Kramer, Het kort geding, p. 129 en 139; Pres. Rb. Utrecht 4 juni 1996, in: NIPR 1998, 98.
HvJ EG 17 november 1998, zaak C-391/95, Van Uden/Deco-Line, Jur. 1998, p. 1-7091, NJ 1999, 339; par. 16.7.3.
Kramer, Het kort geding, p. 139; Gothot/Holleaux, La Convention, p. 115; Pres. Rb. Breda 31 maart 1989, NIPR 1989, 471 (art. 16 sub 2 EEX); Pres. Rb. Breda 20 maart 1992, NIPR 1992, 265 (art. 16 sub 5 EEX); Pres. Rb. 's-Gravenhage 11 mei 1994, KG 1994, 404 (art. 16 sub 1 EEX); HR 2 maart 2001, NJ 2003, 240 (art. 16 sub 2 EEX) heeft hierover prejudiciële vragen gesteld (zaak C-105/01). Zaak is echter tijdens de procedure doorgehaald.
HvJ EG 17 november 1998, zaak C-391/95, Van Uden/Deco-Line, Jur. 1998, p. 1-7091, NJ 1999, 339.
HvJ EG 17 november 1998, zaak C-391/95, Van Uden/Deco-Line, Jur. 1998, p. 1-7091, NJ 1999, 339, r.o. 41.
HvJ EG 17 november 1998, zaak C 391/95, Van Uden/Deco-Line, Jur. 1998, p. 1-7091, NJ 1999, 339.
Art. 22 EEX-V°/16 Verdrag heeft voorrang op het bepaalde in Afdeling 4 over consumentenovereenkomsten. Met name bij koop-, huur-, pachtovereenkomsten van onroerende zaken, besluiten van vennootschappen (die een particuliere aandeelhouder raken) en executiegeschillen is uitsluitend de in art. 22 EEX-V°/16 Verdrag aangewezen rechter bevoegd. In deze gevallen bestaan dus zelfs niet de beperkte mogelijkheden voor een forumkeuze voorzien in art. 17 EEX-V°/15 Verdrag, maar is iedere forumkeuze uitgesloten.
De gerechten van art. 22 EEX-V°/16 Verdrag zijn krachtens art. 31 EEX-V°/24 Verdrag (tevens) bevoegd tot het treffen van voorlopige of bewarende maatregelen.1 De voorwaarden die het Hof van Justitie heeft gesteld in het arrest Van Uden/DecoLine zijn dan niet van toepassing.2 Art. 22 EEX-V°/16 Verdrag staat echter niet in de weg aan voorlopige voorzieningen in een andere EG respectievelijk verdragsluitende staat op grond van art. 31 EEX-V°/24 Verdrag (derogatie).3 In dat geval zijn de voorwaarden van het arrest Van Uden/Deco-Line4 van toepassing:
Er moet een reële band bestaan tussen het voorwerp van een voorlopige of bewarende maatregel en de aangezochte rechter; en
De rechter waarborgt dat de maatregelen daadwerkelijk een voorlopig of bewarend karakter hebben, opdat niet wordt geprejudicieerd op de bodemprocedure.5
Voorlopige of bewarende maatregelen die betrekking hebben op geschillen binnen het toepassingsbereik van art. 22 EEX-V°/16 Verdrag kunnen aanhangig worden gemaakt voor het gerecht dat partijen hebben gekozen (krachtens art. 31 EEX-V°/24 Verdrag jo 23 EEX-V°/17 Verdrag of het commune internationaal privaatrecht) 6 Aan beide bovengenoemde voorwaarden zal moeten zijn voldaan. Uit par. 16.5.6 blijkt dat ik op deze regel een uitzondering maak voor geschillen over tenuitvoerlegging ex art. 22 sub 5 EEX-V°/16 sub 5 Verdrag.
In ieder van de volgende paragraaf ga ik na wat het toepassingsbereik van de exclusieve fora is om daarmee een negatieve afbakening van het toepassingsbereik van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag te maken.