NJB 2024/2537:Oplegging vrijheidsbeperkende maatregel, art. 38v Sr: in casu is het aan de verdachte opgelegde verbod zich gedurende drie jaren in de omgeving van het stadhuis van de gemeente Rotterdam te bevinden niet in strijd met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit, mede erop gelet dat de verdediging zich in hoger beroep ten aanzien van de oplegging van dit verbod heeft gerefereerd aan het oordeel van het hof. Voor zover het cassatiemiddel aanvoert dat het hof in zijn motivering bepaalde concrete belangen van de verdachte had moeten betrekken, mist het feitelijke grondslag, nu namens de verdachte daarop geen beroep is gedaan. De Hoge Raad merkt verder nog op dat sinds 1 januari 2023 art. 6:6:23a1 Sv de mogelijkheid biedt om de inhoud van de vrijheidsbeperkende maatregel te wijzigen. Op grond van art. 6:6:1 lid 1 Sv kan de rechter hiertoe overgaan op vordering van de officier van justitie, op verzoek van de veroordeelde, of ambtshalve.