Gst. 2025/5
Onvoldoende differentiatie naar type overtreding in Huisvestingsverordening is onevenredig. Het is aan de raad om een boeteregime vast te stellen dat recht doet aan het evenredigheidsbeginsel. (Amsterdam)
ABRvS 21-08-2024, ECLI:NL:RVS:2024:3416, m.nt. C.J. Dekker
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
21 augustus 2024
- Magistraten
Mrs. J.Th. Drop, P.H.A. Knol en J.F. de Groot
- Zaaknummer
202301049/1/A2
- Noot
C.J. Dekker
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS994729:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Handhaving algemeen
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Volkshuisvesting en wonen / Gemeentelijk woonbeleid
Volkshuisvesting en wonen / Woningbouw
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2024:3416, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 21‑08‑2024
- Wetingang
Essentie
Onvoldoende differentiatie naar type overtreding in Huisvestingsverordening is onevenredig. Het is aan de raad om een boeteregime vast te stellen dat recht doet aan het evenredigheidsbeginsel. (Amsterdam)
Samenvatting
Door alleen te differentiëren naar type overtreding, heeft de raad van Amsterdam naar het oordeel van de Afdeling onvoldoende gedifferentieerd. In voormelde uitspraken van 2 december 2020 heeft de Afdeling de raad gewezen op de mogelijkheid een onderscheid te maken tussen onttrekking met een bedrijfsmatig karakter en onttrekking zonder een bedrijfsmatig karakter. Uit de Huisvestingsverordening Amsterdam blijkt niet dat dat onderscheid wordt gemaakt. In de toelichting bij de Huisvestingsverordening Amsterdam ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.